is toegevoegd aan je favorieten.

Verzamelde opstellen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

298

HET VOLK EN ZIJN FUNCTIE.

Wij vragen nu niet, waarin dan al dat voortreflijke zich b.v. vóór en na de laatste spoorwegstaking geopenbaard heeft; noch hoe het mogehjk is, dat de „heerschende klasse" met haar „verzwakt en vervalscht rechtsbewustzijn" en al haar slechte eigenschappen ooit de heroieke daad zal verrichten, zich vrijwillig ter slachtbank te begeven om door die hoogverheven arbeiders zich haar welvaart en haar cultuur te zien ontrukken — maar merken nu alleen op, dat ook deze professor, om zijn theorieën smakehjk te maken, geheel op de manier der 18e eeuwsche wijsgeeren, al het bestaande en allen die eenige macht en invloed bezitten aan de verachting prijsgeeft, om dan daarna hen, die de nieuwe aarde zullen beheerschen, voor te stellen als engelen, van wie geen boosheid, geen egoïsme, aUerminst een „klassewetgeving" is te wachten.

Wie 't niet gelooven wil, hjdt bhjkbaar aan „klassevooroordeel".

Het recht, waaronder wij leven, is de uitkomst eener lange historische ontwikkeling. Wij maken het recht niet, maar vinden het. Wie eenigermate zich een voorstelhng kan maken van de tallooze verhoudingen, waarin de menschen tot elkander staan, zal tevens beseffen, dat de regelen, waardoor die verhoudingen worden beheerscht, slechts langzamerhand tot stand kunnen komen en dat op een gegeven oogenbhk de wetgever alleen een betrekkehjk zeer kleine wijziging daarin kan brengen. De regelen, welke die verhoudingen beheerschen, wisselen met de toestanden zelve en die toestanden hangen voor 't grootste deel niet af van 's menschen toestemming. Oorlogen, hongersnooden, ontdekkingen enz. kunnen den maatschappéhjken toestand geheel veranderen, en daarmee moet dan ook de regeling der menschehjke verhoudingen gelijken tred houden. Schijnbaar is het recht dus zeer veranderhjk; bij nader inzien bespeurt men echter, dat dezelfde rechtsbeginselen aan al die verschillende regehngen ten grondslag liggen.

Nemen wij een enkel voorbeeld. Er is bij alle volken een tijd geweest, toen de bloedwraak geoorloofd en verphcht was. De bloedwreker was verphcht den dood van zijn bloedverwant op den moordenaar te wreken.

Heden ten dage zou zulk een bloedwreker zelf worden gestraft.

Toch geldt, nu evenzeer als vroeger, het beginsel, dat de moordenaar moet worden gestraft. Alleen is, onder den drang der omstandigheden, de handhaving van het recht van de familie overgegaan op de staatsoverheid. Die staatsoverheid was in vroegere dagen ternauwernood aanwezig; zij bezat nog geen macht genoeg; daarom moest de destijds