is toegevoegd aan uw favorieten.

Gedenkboek van het Bataafsch Genootschap der Proefondervindelijke Wijsbegeerte te Rotterdam tot een blijvende herinnering aan het 150-jarig bestaan, uitgegeven door het bestuur

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gaf naar aanleiding van de ontdekking een uitstekende schets van het scheikundig stelsel van Lavoisier') en Van Barneveld besprak de proef in Felix Meritis2). In 1791 promoveert te Leiden Rouppe, dien wij boven (blz. 12) reeds eenmaal tegenkwamen, onder den hoogleeraar Voltelen3) op een dissertatie over de ademhaling, waarin de schrijver zich een volledig aanhanger van Lavoisier betoont. Hij had trouwens in Voltelen een verlicht leermeester, die reeds in 1784 in zijn inaugureele rede de waardeering van de nieuwe chemie bepleit had en van dat jaar af geregeld de nieuwe leer der gassen behandelde. In de rede vermeldt hij den arbeid van Lavoisier met groote bewondering, maar zegt tevens, dat het er nog ver van verwijderd is, dat men zijn theorie voor goed gegrondvest kan houden of aan haar de voorkeur geven boven die van Stahl ,* hij was dus Van Marum in de juiste waardeering van die theorie niet voor, maar zal wel spoedig gevolgd zijn.

In 1793 leverde Aeneae — het werd reeds vermeld (boven blz. 28) — een uitstekende kritiek op de theorie van het negatief gewicht van het phlogiston, die juist toenmaals verdedigers vond.

Verder mag vermeld worden een verhandeling van Kasteleyn over de verkalking of oxydeering van metalen. Kasteleyn maakte zich in deze periode zeer verdienstelijk door het Nederlandsche publiek voortdurend van den dadelijken stand der wetenschap op de hoogte te houden "*); daartoe werd hij in het bijzonder door vriendschappelijke betrekkingen met verschillende buitenlandsche geleerden, van wie de beroemde Brusselsche scheikundige Van Mons genoemd mag worden, in staat gesteld. Bij deze gelegenheid liep het nog eens over de reductie van het roode precipitaat door hitte: van phlogistische zijde werd beweerd, dat deze reactie alleen gelukte met het product, dat door verhitting van kwiknitraat verkregen was en dus nog elementen van het salpeter bevatten zou, en niet met dat, hetwelk door verhitting van kwik in lucht of zuurstof ontstond. Kasteleyn gaf een volledig overzicht van deze quaestie 5) en verklaarde ten slotte door de zeer nauwkeurige proeven van Van Mons en Hermbstadt, die de ondeding in het laatste geval volkomen bevestigden, van de juistheid van het anti-phlogistisch beginsel overtuigd te zijn geworden. Als men een sterken indruk wil verkrijgen van de omwenteling, die Lavoisier te weeg

') Afzonderlijk uitgegeven. Amst. 1790. N. Alg. Mag. v. Wet. Konst en Smaak 1792 (1) p. 389.

2) Afzonderlijk uitgegeven. Amst. 1791. (Ook in het Duitsch vertaald). Alg, Konst- en Letterb. 7. p. 172.1791 (2). A!g. Vad. Letteroef. 1793 (1) p. 390.

3) F. J. Voltelen (1754—1795).

4) P. }. Kasteleijn (1746—1794) schreef: De beschouwende en werkende chemie: Chemische oefeningen (1785-1788); Chem. en Phys. Oef. I (1792) II (1793) III (1797) (dit laatste deel werd door Kasteleijn begonnen en na zijn dood voltooid door Deiman en Bondt). Het tijdschrift werd door P. van Werkhoven (1772—7) voortgezet onder den titel van Nieuwe Chem. en Phys Oef. I (1798) II (1802).

6) Chem. en Phys. Oef. II p. 197, 393. III p. 93, 169, 273.

53