is toegevoegd aan uw favorieten.

De werkloosheid en hare bestrijding

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

81

Evenredigheid tusschen uitkeeringen en voorafgaande verdienste De Eaad van commissarissen van de Nederlandsche Heidemaatschappij heeft in zijn adres aan de regeering de stelling verkondigd, dat tot deze evenredigheid geen grond bestaat. Men lette er wel op, dat het hier alleen geldt de bijdragen van staat en gemeente Voor zoover de betrokken personen uit eigen middelen door premiebetaling voor den kwaden dag willen zorgen is de differentiatie zeer gezond en redelijk.

Waarom moet echter de staat aan de eene categorie (de hooger bezoldigde) meer geld uitbetalen dan aan de andere (de lager bezoldigde)1? Alleen voor zoover de eerste categorie onder noodzakelijk ongunstiger omstandigheden duurder leeft, kan reden bestaan voor verschil van behandeling.

Het is echter verkeerd te stellen als regel: wie meer verdient, zal meer van den staat ontvangen, wie minder verdien^ zal minder ontvangen. Deze politiek is gerechtvaardigd voor zoover men zioh plaatst op het standpunt van de socialisten (men denke aan B. e,n W. van Rotterdam) en den steun aan de verzekering vooral beschouwt als een van staatswege partijkiezen in den loonstrijd. Voor hem, die dit standpunt verwerpt en in den steun aan de verzekering ziet een hulp aan personen door de tijdsomstandigheden buiten hun schuld getroffen, voor hem is de algemeene differentiatie uit den booze, te meer daar deze aanleiding wordt tot verkeerde practijken en misleidingen.

Men neme als voorbeeld de landarbeiders en de grondwerkers. De eerste categorie kreeg dezen winter een werkloozenuitkeering van ƒ 1,60, de tweede van ƒ 2,80 per dag. Hiervan van de zijde van staat en gemeente ƒ 0-80 voor de eerste er ƒ 1,40 voor de tweede categorie» Nu verstaat men onder grondwerkers in hoofdzaak zoogenaamde polderjongens, die voor zwaren arbeid hooge verdiensten genieten en in den winter een misschien niet onnoodigen rusttijd genieten, waarin zij van overgespaarde penningen leefden. Hier geldt het seizoenwerkloosheid, waarover reeds elders is gesproken. Men verneemt echter, dat hier en daar gewone landarbeiders in den bond van