is toegevoegd aan uw favorieten.

Napoleon en zijne omgeving

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NAPOLEON.

113

stitutie", zeide de keizer: „moet kort zijn en ... — „Duidelijk" viel Roederer in, die den zin wilde afmaken. „Precies", ging Napoleon door zonder hem den tijd te laten Verder te spreken, „kort en duister".

In dit opzicht kwam de nieuwe constitutie van het jaar VIII volmaakt met zijn opvatting overeen. Onder den schijn van een liberaal bestuur in te stellen, bracht men alle macht in de handen van één heerscher, die van boven naar beneden alles volgens zijn wil bestuurde.

De eerste consul alleen kreeg het recht om wetten voor te stellen en kon ingediende wetsontwerpen steeds terugtrekken of amendeeren. Hij moest de ontwerpen van wet onderwerpen aan de goedkeuring van een staatsraad, waarvan de leden door hem benoemd werden. Het tribunaat, welks leden, honderd in getal, benoemd werden door den senaat, had tot taak bespreking dier wetsvoorstellen, die daarna doorgezonden moesten worden naar het Wetgevend lichaam; ook de leden van het Wetgevend lichaam dankten hunne benoeming aan den senaat. De zeshonderd vertegenwoordigers mochten slechts stemmen in stilte, niet de wetten bespreken.

Weldra nam het volk hun het zwijgen kwalijk, evenals men aan het tribunaat, dat betaald werd om te spreken, 't spreken euvel duidde.

Het werk van den senaat bestond in het nagaan of een nieuw wetsontwerp al dan niet strijdig was met de constitutie. De senaat vulde zich zelf aan, maar van de tachtig eerste senatoren zijn er een en dertig door de consuls benoemd en deze wezen daarop de negen en veertig andere aan.

Toen Napoleon de proclamatie uitvaardigde waarmee hij kennis gaf dat de consuls hunne hooge waardigheid hadden aanvaard, deelde hij mede wat zijn programma was. In de allereerste plaats het bevestigen