is toegevoegd aan uw favorieten.

"Voor vrijheydt ende vaderlandt"

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AANVOER VAN AMMUNITIE.

wallen, die met haar ver doorgevoerde verdeeling van arbeid waarborg bood voor snelle en doelmatige handeling, was weer. behoorlijk gevoegd in het kader der gansche verdediging en luisterde voor haar actie enkel naar de centrale leiding; de kanonniers mogen - heet het in een besluit van de Gedepu* teerde Staten van 25 Juli - op arbitraire correctie geen kanonnen lossen dan op last van den Luitenant*Generaal Rabenhaupt, den Commandeur van de stad, of hun gelastigde.

Zoo breede monden als die van het grove geschut en de mortieren op den wal, hadden veel voedsel noodig. Den 20sten JUH kreeg de artilleriemeester Muller van Gedeputeerden jast op order van Rabenhaupt of den „edelman van het kanon" het noodige kruit en de vereischte kogels met alle diligentie uit te langen. Een 10*tal dagen later werd hem bevolen zich dagelijks bij Rabenhaupt te vervoegen om diens opdrachten in ontvangst te nemen en een zoodanige regeling te treffen, dat de ammunitie zoo snel mogelijk werd uitge* leverd. Daartoe echter had hij hulp noodig. Eerst al was aan een konstabel last gegeven hem in de beide kruithuizen en het magazijn te assisteeren, kort daarop werd hem nog een hopman toegevoegd en even later was het aantal helpers zelfs tot 4 aangegroeid. Niet alleen trouwens aan de genoemde kruithuizen en het provinciale magazijn had hij te besogneeren; de kruitmijnen bij de Ebbinge* en de Boteringepoort had men nog vóór den aanvang van het beleg doen openen en drogen; daarop had men er planken in doen aanbrengen om er, zoo noodig, het kruit te kunnen bergen. Van de „boven* beuningen" van de kruithuizen was toen al gauw dé voor* raad hierheen overgebracht en den 9den Augustus gaven Gedeputeerden de algemeene order het buspulver uit de ammunitiehuizen „tot meerder versekeringe" haastig in de kelders onder den wal te brengen.

Al maar door reden nu de zware wagens heen en weer tusschen de bolwerken aan de zuidzijde van de stad en de plaatsen, waar de krijgsvoorraden lagen opgeslagen. De stads* ■

theissen, Voor Vrljheydt ende VaderUndt. »

8 113