is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe reeks boekbeoordeelingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 92 —

524. HET DRIESPAN. Niese. - H. J. W. Becht, Amsterdam.

Lise, Flna en Suze, dat zijn ze, en ze zijn wat belangwekkend deze drie heldinnen met haar leuke intrigetes en snoezige stoutigheidjes. Kwaad is er geen haar aan het spulletje, ze doen maar net als of. — De juf is een handig iemand en Trill zou je een dril om d'r ooren willen geven. Jaap is een jongen zóó uit een schilderij van Turnen gestapt..Een mooi, weldadig boek.

524». DE JONGSTE VAN HET KLAVERBLAD. M. Fischer. H. Becht, Amsterdam.

De bevoorrechte hoofdheldin van het boek Andrea, die met Elizabeth en Christine het klaverblad vormt, is zoo'n wildemans-meisje, halve jongen, maar met groot talent en groot hart. Haar levensgebeuren is in goeden toon gehouden in dit boek, doch 't geheel is me toch wat rommehg. Zoo'n buiten formaats rol-type komt in die tallooze figuren niet scherp genoeg uit. — Toch-is er veel moois in 't verhaal.

VII. Kinderboeken.

525-528. Het zijn twee allerliefste pakjes, die voor me liggen en ze zijn allemaal van de bekende firma Gebroeders Kluitman, te Alkmaar. Ik zal er een en ander van vertellen, wat bepaald allergrappigst is.

Het eerste stapeltje zijn snoezige gele boekjes, geschreven door Alfred Listal. Het eene vertelt van „Toosje en de tooverbloem", en wat er uitkwam en wat er allemaal gebeurde, omdat Toosje bellen blies en in een ooievaarsnest terecht kwam en heelemaal de lucht in vloog met haar bel en door de kabouters werd thuis gebracht. Hoe dat nou in elkaar zit, moet je maar eens zelf lezen. Het is dol-leuk natuurlijk.

Het andere heeft het over „Elsje's feestdag" en dat boer Steven en zijn vrouw bij die gelegenheid Knorrijn, het varken, of Krullewit, het schaapje, of Knabbelkof, het konijn, of Kokkeroentje, de kip wilden slachten. Maar het liep net andersom en er werd 'n taart gegeten en Knorrijn en al zijn vrienden zaten met heel mooie jassen aan mee aan tafel. Hoe zou dat nu wel gebeurd zijn, zeg ?

Het derde heet „Bep, wat wil je nog meer ?" Dat is van Bep, die nooit tevreden was en altijd meer wou hebben en voor straf door een stouten kikker werd beetgenomen en eerst kikkerprinses en toen waterratprinses, nou! En toen kwam de poes en zij er van door!.... En de ooievaar redde haar en bracht haar, goddank, weer thuis en toen was ze genezen van haar altijd maar méér willen hebben. En of!....

En het vierde gaat over „Koning Kasper en zijn goudvischjes", en hoe de poes ze stal, maar die werd toen opgesloten en de muisjes hadden leut voor drie....

Den volgenden keer over dien anderen stapel. Die is van Henriette Blauw. Alfred Listal heeft zelf de machtig leuke plaatjes in zijn boekjes geteekend, — ze zijn bijzonder aardig voor kinderen.

528a. TIJL UYLENSPIEGEL. Hermanna. — H. Meulenhof, Amsterdam.

In zoo'n boek doen 't vooral de plaatjes en daar heeft Jan Wiegman zijn best op gedaan. Het geestig moment wordt door de allerkostelijkste teekeningen krachtig bijgewerkt. Zoo is het een werkelijk dol-leuk boekje voor kinderen van 7—10 jaar. En ouderen zien bij al dien weergaloozen nonsens nog eens hun jeugdzonnetje lachen....

529. HANS EN ZIJN HUIS. Tierie Hogerzeil. — l W. Boissevain 6 Co , Haarlem.

Voor kinderen van 7—10 jaar. Een leuke baas die Hans en een oolijk moedertje heeft hij; vader kan hem minder goed aan, maar stout is hij toch niet, wél vol grappige invallen en veel belovende snakerijen.

530. DE DRIE NEGERTJES. I. C van Calcar de Grave. — I. W. Boissevain, Haarlem.

Voor heel klein goedje. De teekeningen zijn kostelijk, de tekst wel erg beknopt,

531. SPROOKJES. Hans Andersen. — W. de Haan, Utrecht.

Een prachtwerk in drie deelen. De ongewoon mooie kunstplaten van Ria Kramer geven het boek een onbetwistbare waarde. Voor geschenk eigent dit boek zich heel