is toegevoegd aan uw favorieten.

Oriënterend handboek der staathuishoudkunde voor hoogere burgerscholen, handelsscholen en voor zelfstudie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

86

richten; evenmin jongens beneden 13 jaar. Jongens van 13—16 jaar mogen alleen bovengrondsche arbeid verrichten en geen nachtarbeid. Duur van den arbeid resp. 10 en 11 ,uur. Verder is nog geneeskundige keuring voorgeschreven voor personen beneden 20 jaar.

De arbeidstijd is verschillend en hangt af van den aard van het werk en de diepte van den mijngang. Hij is 8V2, 8 of soms 6 uur.

m . In verband met de tot standkoming van de

*!!.tZi .*. arbeidswet 1919 moet de Mijnwet en het Mijn-

Gestelde "wiï*

j_s reglement herzien worden. De Arbeidswet sluit

ziging. ö

den ondergrondse/ten arbeid van de toepassing harer bepalingen uit.

Een nieuw Mijnreglement zal worden ontworpen. Caissonwe ^e bepalingen van de Caissonwet 1905 (minister Kuyper) beoogen de volwassen arbeiders te beschermen tegen de gevaren voor gezondheid en leven, verbonden aan den caissonarbeid. Dit is arbeid verricht in ondergrondsche werkkamers onder hooge temperaturen en luchtdruk. De arbeidstijd is er op 8 uur gesteld. Bovendien is geneeskundige keuring en leeftijdsgrens voorgeschreven.

Steen ^e s^eenhouwerswet regelt den arbeidstijd etc. houwerswet voor vorw"assen arbeiders in het steenhouwersbedrijf. De wetgever beoogde drieërlei: 1°. Wering van jeugdige en minder krachtige personen. 2°. Stofverspreiding tegengaan en andere gezondheidsmaatregelen nemen. 3°. De arbeidstijd beperken ten einde vermoeidheid tegen te gaan.

Personen beneden 14 jaar worden niet toegelaten tot het bedrijf. Verder verplichte keuring. Arbeidstijd voor personen boven 17 jaar 9 uur (slechts 3 uur achtereen), voor hen beneden 19 jaar 71/s uur.

De wet kwam in 1911 onder het ministerie HeemskerkTalma tot stand.

Stuwadoors- Minister Talma diende in Januari 1911 een wet. ontwerp van wet in, „houdende bepalingen in