is toegevoegd aan uw favorieten.

Historie van mejuffrouw Sara Burgerhart

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

73

is, omdat wij niet gevaarlijk voor haar hart zijn. Och, zij rekenen ons geen peulschil. Hoe zegt de Marquise Sablière: „Ik heb niemand bij mij dan mijn kat en mijn la Fontaine." Zoo uw meisje bij hare bevalligheid ook gezond oordeel heeft, dan zullen uwe opwachtingen njgt tevergeefs zijn. Wat henker! gij zijt een knap kerel, hebt Hollandsche beerfen en Fransche tanden, zijt gezond en sterk, kleedt u wel, hebt eene goede opvoeding gehad. Uw ernst is u natuurlijk, en dus niet droog. Gij komt niet, als een malle, rijke Amsterdammer, met de houding van een tooneelprins in eene kamer. Liflaffen kunt gij niet, maar gij zijt altoos beleefd. Gij zijt geen Grandison, doch wie heeft dit van uwe hand geëischt? Kort gezeid, ik zie in uw geval niets, dat naar hopeloosheid( zweemt. De moeilijkheid der overwinning is geen kleine pret. Zoo gij in de liefde, als Cesar in het veroveren, .gaarne zegt: „Ik kwam, ik zag, ik won," dan zijt gij een zoo groote lomperd, als er ooit een halfmillioen 'sjaars in de negotie omzette. Potstausent! toen ik het 't eerst voor mijn hart kreeg, vond ik mijne grootste gelukzaligheid in mijn heksje maar aan te zien; ik dronk het vergif'met volle teugen in; ik durfde het er niet van nemen, een eenig woord te spreken. Dan verslond ik haar met mijne verwijderde oogen; dan sloot ik haar als weg, mijne oogleden toedoende. Een lintje, een stukje blonde, was een heiligdom; en nadat ik zoo,ettelijke uren als een zotskap gehandeld had, ging ik naar mijne kamer, wonderbaarlijk in mijn schik met mij en mijn meisje, hoe weinig reden ik ook in beiden opzichten hebben kon. g

Wat raad ik u? Dit: tracht de juffer nader te leeren kennen; zoo haar hart niet vrij is, gij kent uw plicht. Zoo zij niet voldoet aan uwe verwachting in wezenlijker dan oppervlakkige verdiensten, gij verstaat uw belang: maar is zij vrij, en verdient zij uwe achting, zit haar achter de vodden, Hein! Wat is moeite, wat is al wat je wilt, zoo de belooning -eene vrouw van verdiensten is, die u bemint, en wier schoonheid u verrukt? Gij weet, gierigheid is eene zoo lage ondeugd,'dat die nooit in vaders pot kon; al had het schaapje dan eens veel min-

Sara Burgerhart I

8