Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

170

wel verzekerd, dat mijne aanstaande vrouw over haar mans vader dus onheusch niet zal oordeelen; en ik bedank u bij voorraad allerhartelijkst voor deze aanbieding.

H ij: Waar is uw broeder Cornelis?

I k: Die eet bij den heer Blankaart.

Hij: Wel is 't waar! alle jongelui zijn even gaarne bij hem; maar 't is ook de beste, de braafste man van de wereld. Hij heeft mij ook al zoo eens aan 't oor geweest ovër uw broêr.

Ik: Ja, mijn lieve vader! Keesje heeft, toen hij te Leiden studeerde, eene juffrouw leeren kennen, die hem boven alle behaagde; en dewijl de heer Blankaart die familie kent en roemt, zoo is 't niet vreemd, dat hij een woord voor mijn broêr gesproken heeft: zij is niet rijk...

H ij (Mij in de rede vallende): Ben ik dan .een gierige schrok? Heb ik ooit op geld gezien? Als 't anders wèl is, zal dat wel gaan; maar alweêr niet van mijn geloof, denk ik?

I k: Dit weet ik met geen zekerheid: de heer Blankaart zal u alles wel berichten.

H ij: Nu, 't is nog verre niet. Hij moet eerst wat praktijk hebben. Ik hoop, dat hij de zaak op het OostIndische Huis, voor mevrouw Buigzaam, maar wèl en spoedig zal afdoen: zoo hij zich ooit met slechte zaken bemoeit, onterf ik hem; geen schelmen in mijne familie, zou ik hopen: dan nog liever gereformeerde meisjes tot schoondochters.

Ziedaar de kaart van 't land, mijne liefde, indien gij den braven man weder mocht ontmoeten. Hij zal u zeer liefhebben, maar het u nooit zeggen; hij zal u overhoopen met presenten, en zien of hij op u keef: beter hart dan het zijne is er niet.

Mijn broêr praat zooveel van u als van zijn meisje, en houdt niet op van te zeggen, dat gij, uit alle meisjes, juist diegene zijt, die mij gelukkig kan maken.

Nu zal ik u verslag doen van mijn bezoek bij den warmoezier. Ik ging er dezen middag heen. De vrouw Was bezig met groenten te wasschen, geholpen door eén jongen knaap; de man was in den tuin.

Ik: Goeiendag, Aaltje-buur, hoe gaat het al?

Sluiten