Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

193

Als die 't verstand, de deugd dier hupsche menschen roemt,

Moet ik nogmaals ten strijde treden: 'k Moet hun verstand en deugd bewijzen door mijn reden En dit, zooals men klaar zal zien, Kan waarlijk spelende geschiên. Betoont hij geen verstand, die zich niet wil verzetten, Ja stil berust, in 't geen hij toch niet kan beletten? Geeft hij geen blijk van zijne deugd, Die in de vroolijkheid van and'ren zich verheugt? En, of na 't bruiloftsfeest, bij 't grootst getal der vrinden; Van dit verstand, dees deugd zeer weinig waar' te vinden; De dichter spreekt hen hier als feestgenooten aan, En met de bruiloft is zijn lofspraak ook gedaan.

Men kroon' nu vrij mijn hoofd met eeuwige laurieren; Ik mocht als advocaat op Neuswijs zegevieren; Wie is 't, die hier iets tegen -beeft? 'k Beroep me op eigenmin, die dit getuignis geeft.

Ziedaar, nu staat het vrij, ö roem der Edelingen,

Om van u, en uw bruid, plichtmatig op te zingen.

Maar 'k zie, dat Blankaart geeuwt, mijn goede vader slaapt;

Coo kijkt hoe laat 't is, de hupsche Willis gaapt; Het snoepig bruidje lacht; de bruidegom ziet statig. En schoon de eerwaarde zwijgt, hij vindt mij veel te pratig. Dat ziet er kostlijk uit! 6 stond mij 't spreken vrij,

Wat zou ik hier een moois doen hooren! 6 Schatten des vernufts, nu, schoon 't mij smartlijk zij,

Zijt gij ten eenenmaal verloren!

Verloren? neen! 'k zal u bewaren voor mijn echt. Dan zeg ik alles, 't geen ik nu liefst had gezegd. Geduld of geen geduld, ik moet mijn goede menschen Het lieve jonge paar toch allen zegen wenschen: Gezondheid, overvloed, genoegen, liefde, vreugd. Wat meer? laat ik mij eens bedenken: Wat kon de Hemel meerder schenken? Wat geven meer Natuur en deugd? Een huis vol kindertjens die net als roosjes groeien,

En 't Edelingsche huis doen bloeien; Waaraan ik, als hun oom, nog vreugd beleven mag: En komt op 't laatst eens de oude dag U nooden tot een ander leven? Dan word', beminde twee, Indien 't u gaat naar mijne beê, U 't allerhoogst geluk, dat eeuwig duurt, gegeven.

Sara Burgerhart II 13

Sluiten