Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

175

gedurende ± 1 uur. Laat ze uitlekken op een vergiet. Maak in dien tijd het melksausje evenals bij koolrapen staat opgegeven (zie het vorige recept) en stoof hierin de koolrabi ± 20 minuten. Rasp er in het schaaltje wat noot over..

Meirapen. (4 pers.).

± 20 meirapen (1 K.G.). — 3 dL. melk. — 20 gr. bloem. — 25 a 30 gr. boter.

Schil de rapen, snijd ze in reepjes. Wasch ze en kook ze gaar in ruim kokend water met zout (10 gr. zout op 1 L. water), gedurende ± 30 minuten. Laat ze uitlekken op een vergiet. Maak in dien tijd het sausje op dezelfde manier als is opgegeven bij de koolraap (zie het voorlaatste recept). Stoof de reepjes ± 20 minuten in het sausje.

Knolletjes. (4 pers.). 1 K.G. knolletjes. - 3 dL. melk. — 20 gr. bloem. - 25 a 30 gr. boter. — zout. — noot. Schil de knollen, snijd ze, als ze groot zijn, in tweeën of vieren of in reepjes en behandel ze op dezelfde manier als de koolraap (zie dit recept bladz. 174).

Gestoofde Knolselderij. (4 pers.).

2 groote selderijknollen. — 3 dL. melk. — 20 gr. bloem. -25 a 30 gr. boter. — zout. — noot.

Snijd de knolselderij in tamelijk dikke plakken, schil deze en snijd ze in gelijke, dunne reepjes. Kook ze gaar in kokend water met zout (10 gr. op 1 L. water) gedurende f5 a 20 minuten. Laat ze uitlekken op een vergiet. Roer in dien tijd boter en bloem, in een pannetje, dooreen tot een gladde massa, voeg bij gedeelten, steeds roerende, de melk toe, laat het sausje even doorkoken en stoof de knolselderij in dit sausje nog ± 20 minuten. Rasp er in het schaaltje wat noot over.

Sluiten