is toegevoegd aan uw favorieten.

De geneeskunde bij het Nederlandsche zeewezen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

105

op Doggersbank (1781) hebben wij geene geneeskundige mededeelingen kunnen opsporen; alleen vonden wij de namen van sommige Chirurgen, daarbij tegenwoordig geweest, zoo als Swarts, Fliethner^_Scheenino en Eijsbergen. en van. deze zien wij bij van Gesscher (1), dat zij, op hunne schepen, 24 afzettingen der voornaamste ledematen, gedurende en na den zeestrijd hebben bewerkstelligd, waarvan slechts 4 gestorven zijn.

gevoegelijkst in het ligchaam gebragt, en toen zoo veel hechtingen gelegd als daar van nooden zijn; gevende hem na 't verband een hartsterkend drankje en den naasten morgen een buikzuiverend middel, daar na eenige uren een bekwamen stoelgang opvolgde, 't welk te kennen gaf, dat de darmen niet gequetst en alles op zijn behoorlijke plaats was.. De grootste wond en daar 't meerendeel van het gedarmte uithing, was omtrent drie vingers breed aan de linkerzijde van oen navel en strekte zich omtrent een handbreed naar de ruggegraat uit, alzoo, dat de gansche zijde open was, even of 't met een mes was gesneden. Hierbij waren nog verscheidene wonden, waarvan sommige doorgingen en andere niet. Deze jongeling is in den tijd van 5 weken (die wij aan de Barbados zijn gebleven) voor 't meerendeel tot zijne vorige gezondheid, onder 's Heeren zegen, hersteld."

(1) Verh. van het Genoots. t. bevord. der Heelk. te Amsterd. 2e d.

/