is toegevoegd aan uw favorieten.

Inleiding tot de studie der economie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

51

waren (A aan B, B aan C, C aan D, en D aan A) in totaal ƒ4000.— noodig zijn, terwijl feitelijk geen geld transport behoefde plaats te hebben. Maar is de toestand wat ingewikkelder, dan zon toch ook de betaling eenvoudiger kunnen zijn. Als A aan B ƒ500.—, B aan C ƒ1000—, C aan D ƒ500.—, D aan A

ƒ 1000.— schuldig is, dan is A — ƒ 500.— + ƒ 1000: B + ƒ 500. ƒ 1000.- :

O — ƒ 500.— + ƒ 1000.—: D + ƒ 500. ƒ 1000.—, dus A + ƒ 500.—, B — ƒ500.—,

C + ƒ 500.—, D — ƒ 500.—, dus B aan A schuldig en D aan 0, en zouden dus vier transacties terug te brengen zijn tot twee.

Dit heeft geleid tot het denkbeeld, de groote bankiers bijeen te doen komen om inplaats van loopers met kwitanties uit te zenden, door het opvragen van de wederzijdsche schulden en vorderingen, te trachten deze te vereffenen. Zulks geschiedt in het clearinghouse. Tot welke belangrijke besparing dit aanleiding kan geven, blijkt wel hieruit, dat in 1909—'10 in New-York aldus vereffend is voor 4100 bijna 4200 milHoen Dollars. Men komt 's ochtends tien uur bijeen en kwart voor elf is de geheele verevening afgeloopen; des middags half twee komt men nog eens bijeen en wordt vereffend, öf door middel van uitbetaling öf, meestal, door over en weer overboeking van de banken. Als men nu nagaat dat hierbij 5 pCt. is uitbetaald op die bijna 4200 millioen, dan blijkt 95 pCt. te bestaan uit vorderingen over en wêer. In Londen zijn bij het clearing house vijftig banken aangesloten. In 1913 werd daar verrekend £ 16 milliard. Dat de betalingswijze door middel van cheques in Engeland wel zeer gebruikelijk is, kan men opmaken hieruit, dat in 1908—'09 werd opgegeven voor de successie belasting dat in de nalatenschappen aan gereed geld voor £ 17 millioen „cash in the bank" dus niet belegde gelden, en slechts £ 603.000.— „cash in the house", even 3 pCt. werd aangetroffen.

Ons Indië heeft een voorbeeld in dit opzicht gegeven aan Nederland, waar men nog te veel gewoon is geld in huis te houden.

Naast de particuliere instelling van het clearingsysteem vindt men eene andere besparing op de ruilmiddelen in het giroverkeer, dat is, dat men heeft eene rekening bij een daarvoor ingerichte bank en alle betalingen tusschen aangeslotenen doet door middel van overschrijving bij bepaalde formulieren. Men noemt dit Giro. In 1888 is in Oostenrijk de postspaarbank hiermee begonnen. Wie bij die bank een deposito heeft, (maar alleen die personen,) kan op de aangegeven wijze betalingen effectueeren door de geheele monarchie. Duitschland en Zwitserland hebben dit nagevolgd. Zoo waren er in Duitschland 60000 deelgenooten in 1910 met een giro van ruim 10 millioen, en zijn er tusschen verschillende steden in Duitschland zonder een bankbiljet te zenden op die wijze betalingen mogelijk. Ter bevordering van dit verkeer zijn er de departementen aangeschreven alleen op die wijze betalingen aan de leveranciers te doen. Als er een internationaal giropostverkeer is als tusschen Oostenrijk-Hongarije, Zwitserland, Duitschland, België en Luxemburg is er zelfs nog meer besparing en wordt tevens vereenvoudigd en bezuinigd op het postwisselverkeer. In 1906 poogde men deze instelling ook bij ons ingang te verschaffen. De daarover gehoorde Kamer van Koophandel adviseerde afwijzend.

Zie „Oranjeboek" 1911 p. 1911. Vissemno. „Het oude en moderne Giroverkeer".

Zoo dus tracht men in een bepaalde huishouding met minder ruilmiddelen toe te komen.

Clearinghouse. Giro-verkeer.