Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

iv

Naar nauwkeurige correctie is gestreefd; toch zullen, vrees ik, fouten zijn overgebleven en onvolledigheden voorbijgezien. Daarvoor bij voorbaat eene captatio benevolentiae. Mogen zij het werk niet te veel ontsieren!

Utrecht, December 1903. D. SIMONS.

De tweede druk van het Eerste Deel van mijn Leerboek verscheen in 1010. Dit jaar ontstond de behoefte aan eene nieuwe uitgave. Ik maakte van de gelegenheid gebruik literatuur en rechtspraak bij te werken en aldus mijn boek zooveel mogelijk op de hoogte te brengen van wetenschap en practijk.

Verschillende gedeelten zijn, na nauwgezette overweging, aan eene althans ten deele nieuwe bewerking onderworpen. Ik zou niet durven beweren, dat ik overal geheel tot eigen bevrediging geslaagd ben. Vooral het leerstuk van de schuld baart, hoe dieper men er in tracht door ie dringen, steeds grooter moeilijkheden. Men voelt hier vaak de tegenstelling tusschen wat de wetenschap tracht vast te houden en wat de practijk er van maakt. Mijne overtuiging gaat meer en meer in de richting, dat consequente toepassing van het schuldvereischte ten slotte er toe zou moeten voeren dit vereischte, voor zoover het de zedelijke waardeering van de handeling betreft, geheel als grondslag voor het strafrecht te doen vervallen.

Een ander bezwaar, waaraan men niet geheel ontkomt en dat zich vooral bij de leer der deelneming doet gelden, is dat de strafbaarheid vaak afhankelijk kan zijn van eene fijne rechtskundige onderscheiding, die met de strafwaardigheid slechts weinig verband houdt. Aan den anderen kant zou het doen wegvallen van al die onderscheidingen aan de rechtszekerheid niet ten goede komen en de grenzen der strafbaarheid ook weer te vér uitbreiden. Hier is het laatste woord nog niet gesproken en liggen nog moeilijke problemen.

Misschien ware het voor den schrijver van een Leerboek beter van dergelijke aarzelingen niet te gewagen en het te doen voorkomen, alsof twijfel bij hem niet bestaat. Doch men is ook aan zijne leerlingen eerlijkheid schuldig. Voor hen, die in het strafrecht als wetenschap belangstellen, zal het trouwens geen verlies zijn te weten, dat het zoeken naar de waarheid nog niet is geëindigd. Én bij de rechtsdogmatiek en bij de straf rechtspolitiek wachten nog vele vraagstukken hunne oplossing.

Met de bewerking van een nieuwe uitgave van het tweede deel hoop ik spoedig een begin te kunnen maken. De tijdsomstandigheden zijn aan rustigen arbeid niet gunstig. Hopenlijk zal, als het tweede deel verschijnt, de vrede over Europa zijn teruggekeerd. Moge althans'voor ons land die vrede bewaard kunnen blijven!

Utrecht, Augustus 1917. D. S.

Sluiten