Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 36. VAN FAILLISSEMENT IN HET ALGEMEEN.

469

meerderheid van schuldeischers, kende men bier. Tegen den failliet werden strenge bepalingen gemaakt, daar men algemeen aannam, dat hij bedriegelijk handelde tegenover zijn schuldeischers die hem immers krediet hadden gegeven en vertrouwen hadden geschonken. Het woord failliet komt van fallere, dat bedriegen beteekende.

De Romeinsch-Italiaansche regeling werd overgenomen in Frankrijk. Vooral in Lyon, waar vele Italiaansche handelaren kwamen, maakte men bepalingen in dien geest. Tegen bankbreukigen werden strafbepalingen uitgevaardigd; langzamerhand kwam ook de meer civielrechtelijke regeling, met name die omtrent de verdeeling van het vermogen. De eerste centrale algemeene régeling bevatte de meergenoemde Ordonnance du Commerce van 1673. Titel XI daarvan behandelt: Des Faillites et Banqueroutesi). Het dwangakkoord is hier geregeld; onderscheid wordt gemaakt tusschen concurrente en bevoorrechte schuldeischers; met zware straffen worden de bankbreukigen bedreigd. De regeling van de Ordonnance was niet volledig. Zij werd uitgewerkt en op de vroegere grondslagen vastgelegd in den Code de Commerce van 1807 Boek III: Des faillites et des banqueroutes. Een nieuw derde Boek, hetwelk het vorige wijzigde en verbeterde, werd vastgesteld bij de wet van 28 Mei 1838 en dit geldt, behoudens enkele veranderingen, thans nog in Frankrijk.

De Code de Commerce, die het faillissement beperkte tot kooplieden, heeft tot voorbeeld gestrekt voor de wetgevingen in tal van andere landen.

Hier te lande vond men het aanvankelijk, evenals in andere deelen van Europa, voornamelijk noodig bepalingen vast te stellen van strafrechtelijken aard. Strenge straffen werden bedreigd tegen bankbreukigen, zooals in de plakkaten van Karei V rakende de politie van 7 Oct. 1531») en van 4 Oct. 1540 (artt. 2—6)*). Van belang is mede het plakkaat van 19/26 Mei 1544, waarbij o.m. het dwangakkoord werd verboden4). Overigens hadden veel gezag, ook in de noordelijke Nederlanden, de costumen van Antwerpen van 1518 en 1582, die een uitvoerige regeling inhielden, mede over de privileges (tit. 65 en 66). Ook de Romeinsche regeling over den boedelafstand (cessio bonorum) was hier van invloed, terwijl voorts in onderscheidene steden (Amsterdam, Dordrecht, Middelburg) z.g. kamers van desolate boedels werden opgericht, en in de instructies of ordonnanties op die kamers voor een

1) In verband daarmede staan titel IX: Des Défenses et Lettres de Répit (uitstel van betaling) en titel X: Des Cessions de Biens.

2) Groot Utrechtsch Placaatboek door J. v. d. Water I blz. 415; de Wal III blz. 4.

3) Groot Placaatboek (s-Gravenhage 1658) I blz. 311. i) Grool Placaatboek I blz. 322.

Sluiten