Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

466

RUND-RIJST.

Indischen Archipel stammen volgens Keiler (Die Abstammung der altesten Haustiere, Zürioh 1902), evenals de Zeboe {Bos indicus L.) en alle andere tamme runderen van Zuid-Azië en Afrika, af van den bantèng (zie aldaar).

Zie verder onder VEETEELT.

RUNDEREN (Bovidae of Cavicornia), familie der Herkauwers (zie aldaar), gekenmerkt door het bezit van hoorns, die in tegenstelling met het geheel beenige gewei der herten een uit hoorn bestaande scheede hebben.

Zie KAMBING OETAN, ANOEANG, BANTÈNG, KARBOUW, BUND, SCHAAP.

BUNDEBPEST. Zie VEEPEST.

BUTA CHALAPENSIS L. Pam. Butaceae. Wijnruit (ned.), Aroeda (mal.), Godong minggoe (jav.), Inggoe (soend.). Een kruidachtige plant met sterk riekende samengestelde bladeren. De var. angustifolia, afkomstig uit Z.-Europa en N.-Afrika, wordt op Java vaak intuinen gekweekt. De bladeren zijn een bekend inlandsch geneesmiddel tegen velerlei kwalen.

RIJKSBESTIERDER. Naam van den hoogen inlandsehen ambtenaar, die in tal van zelfbesturende landschappen de rechterhand is of was van den vorst.

RIJKSGROOTEN. Op Zuid-Oelebes en in Makassaarsche of Boegineesche rijkjes daarbuiten vormen de lands- of rijksgrooten (opoe, toerèli, enz.) met den vors» een rijksraad of hadat (zie ADAT); de rijksgrooten zijn er de hoofden van die omamentschappen of ornamentschappenbonden, welke er te zamen een inlandsch rijk vormen, de vorst is er slechts de eerste onder gelijken, en de rijksgrooten znn er dikwijls tevens kiesheeren of palili. Dj de Maleische zelfbesturende landschappen ter Oostkust van Sumatra en elders daarentegen heeft men wel rijksgrooten (orang bësar), doch dezen zgn aldaar geen gelijken maar minderen van den vorst, en de rijksraad (kërapatan) staat er den vorst slechts als adviseur ter zijde; de rjjksgrooten houden hier veelal het midden tussohen vazalvorstjes en provinciehoofden van den vorst. De rijksraden in de Vorstenlanden dagteekenen als vaste en georganiseerde instelling van het begin dezer eeuw, zjjn een schepping van onzen invloed, en hebben dezelfde adviseerende functie als in de Maleische landschappen. Door ons ingrnpen in de inheemsche rechtspraak is de rijksraad, ook daar waar hij vroeger slechts adviseur des vorsten was, tot een zelfstandige rechtbank geworden met de rijksgrooten als leden; te dien aanzien staan kërapatans en hadats dus thans gelijk. Het gouvernement gaat veelal den rijksraad als bestuurscollege tegen.

RIJKSKAS. Naam, dien men in de Vorstenlanden pleegt te geven aan wat elders landschapskas (zie aldaar) heet.

RIJKSRAAD. Zie RIJKSGROOTEN.

RIJKSSIERADEN, AMBTSSIERADEN, ORNAMENTEN. Aldus noemt men voorwerpen, welke bij vorsten of aanzienlijke hoofden eerbiedig bewaard worden, en hetzij tegelijk met de voorouderlijke macht op hen vererfd zjjn, hetzjj de ware dragers zijn van1 geheimzinnige voorouderlijke krachten, welke de vorst en het hoofd sleohts geniet, omdat en zoolang hij het rijkssieraad onder zioh heeft. Tot symbool (gelijk onze koninklijke kroon) of tot tooisel (gelijk de burgemeesterlijke ambtsketting in Nederland)

zijn zij nog nergens in Indonesië afgedaald. Bn de Makassaren en Boegineezen van Zuid-Oelebes heeft het rjjkssieraad een veel centraler en zelfstandiger beteekenis dan bij de overige volken van Indië; misschien wijst dit zelfs op een ouderen of anderen religieuzen achtergrond (dynamistisch, in pl. van animistisch).

Bij de meeste volken van Indonesië maken de rijkssieraden een onderdeel uit — en wel het belangrijkste — van de poesaka's, de door zielen van afgestorvenen bewoonde, en met bjjzonderen eerbied behandelde erfstukken. Ook deze poesaka's, die de erfstukken van den vorst zjjn, en door een vroegeren vorst gebruikt of, als hohaamsdeelen e. d., van hem afkomstig zjjn en nu door zjjn ziel worden bewoond, beschouwt men als de machtige raadgevers van den tegenwoordigen regeerder. Evenals de vereering van gewone poesaka's is alsdan ook die van de rijkssieraden een uitvloeisel van animisme (vgl. POESAKA en HEIDENDOM). Terwijl echter op Zuid-Celebes de rijkssieraden der opperrijken dikwjjls zulke erfstukken van voorvaderlijke hemelingen of toemanoeroengs znn, geldt dit aldaar lang niet voor alle ornamenten.

In het Maleisch worden de rjjkssieraden kabësaran, van bësar, groot, genoemd, hetgeen dus zeggen wil: „grootheid, staatsie".

Op Java dragen de rijks- of ambtskleinoodiën den naam van oepatjara, de afzonderlijke voorwerpen hebben meestal een eigennaam en worden, vooral in de Vorstenlanden, steeds met „kjai", heer, aangesproken.

Op Celebes en in Makassaarsche of Boegineesche rijken overzee (op Soembawa enz.) worden de vorstelijke poesaka's door de Makassaren kalompowang, door de Boegineezen aradjang genaamd, (beide van gelijke beteekenis als het kabësaran der Maleiers, daar de stamwoorden lompo en radja „groot" beteekenen); een andere algemeene naam dezer rjjkskleinoodiën is gaoekang. In deze landen voornamelijk worden de rijkssieraden door de Europeanen ornamenten genoemd. Het ornament op Zuid-Oelebes geldt als bezitter van domeingronden en van slaven. Bij Makassaren en Boegineezen iade eerbied voor de ornamenten zoo groot, dat usurpators steeds vóór alles trachtten ze in handen te krijgen, terwijl aan den anderen kant dikwijls alleen het vertoonen van de geëerde voorwerpen voldoende was om oproer te dempen en verzet te breken. Ter eere van het ornament moest of moet het ornamentsohapshoofd eens per jaar een buffelslachten. Ook krjjgen de ornamenten er zeer veel offers van de onderdanen van den vorst.

De voorwerpen, die rgks-ambtssieraden kunnen zjjn, loopen in aard zeer uiteen, en zjjn in het oog van Westerlingen dikwjjls vodden en prullen. Men vindt er onder allerlei wapens, verder kleedingstukken, waarvan men verhaalt dat zjj alleen den wettigen vorst passen, sirihdoozen, kwispedoors, aarden en metalen potten, gouden beelden, die mythologische wezens voorstellen, zooals o. a. in Djokjakarta, Soerakarta en Bantam; vlaggen met vreemdsoortige figuren; wonderljjk gevormde of gekleurde brokken steen of hout, zooals de gaoekang's op Zuid-Oelebes; wonderdadige vruchten (Zuid-Oelebes), enz.

RIJST. Inleiding, Naam en Geschiedenis. Men kan aannemen, dat bjj ongeveer een derde van het geheele mensohelijke

Sluiten