is toegevoegd aan uw favorieten.

Italië van Dante tot Tasso (1300-1600)

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ITALIË VAN DANTE TOT TASSO

Napels te komen (ongeveer 1330) en had fresco's1) geschilderd in de Castel Nuovo en den Castello dell' Uovo, die verdwenen zijn, en andere in de S. Chiara, die nog steeds bedekt zijn met een laag verf, die erover gesmeerd is op bevel van een Spaansch onderkoning uit de zeventiende eeuw. Men ziet er ook vele Gotische graftomben van Toskaansche en andere beeldhouwers, b.v. het prachtige monument van Koning Robert in de S. Chiara en dat van zijn zoon Karei, dat door een Sieneeschen kunstenaar omstreeks 1333 is gemaakt.

En hier kunnen wij opmerken, dat ook in den quattrocento (vijftiende eeuw) dezelfde afhankelijkheid van Toskaansche en Umbrische kunst kan worden aangetoond. Wij vinden werken van Michelozzo, Donatello en Benedetto da Maiano en een grooten triomfboog ter eere van de intrede van Alfonso van Arragon in 1442, van een Milaneeschen of Florentijnschen architect (plaat 23). Vervolgens zal men zien, dat te Napels in lateren (Spaanschen) tijd de Romeinsche invloed (die van Raphael's school) de overhand had, totdat er een tegenwicht kwam van den kant der Spaansche kunstenaars (b.v. Ribera) en der noordelijke landschapkunst, zooals die van Salvator Rosa.

Maar misschien is de nationale Napelsche kunst niet genoeg gewaardeerd. Zuid-Italië wordt door de schrijvers dikwijls veronachtzaamd, alsof het in geen enkel verband staat tot den roem van de herleving van de kunst in Italië. Dit schijnt nog twijfelachtig, want, al aanvaarden wij de theorie niet, die Apulië tot den fons et origo van de nieuwe Toskaansche beeldhouwkunst wil maken (zie Italië in de Middeleeuwen, blz. 498—499) het is toch mogelijk, dat verder onderzoek ons nog verrassingen brengt. Een ding staat vast: zij, die meenen, dat Zuid-Italië bijna geen aandeel had in het tot stand komen en de roem van de Italiaansche Renaissance, schijnen niet alleen te vergeten, dat de Universiteiten van Napels en Salerno, niettegenstaande haar middeleeuwsche vis inertiae den humanisten van groot nut zijn geweest,

1) Koning Robert, zegt Vasari, verzocht zijn zoon Karei, die toen koninklijk Vicarius te Florence was, Giotto uit te noodigen. Petrarca schreef aan een vriend: „Vergeet niet de kapel van den Castello dell' Uovo te bezoeken, waar Giotto, de grootste schilder van onze eeuw zulk een schitterend aandenken van zijn talent heeft achtergelaten. Vasari zegt, dat men vertelde, dat de tooneelen van de Apocalypsis, die door Giotto waren geschilderd in een der kapellen van de S. Chiara een „uitvinding van van Dante'-' waren. Of er eenige mogelijkheid is om deze fresco's weer zichtbaar te maken weet ik niet.

70