is toegevoegd aan uw favorieten.

Vreemde vertellingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het oude Arabische paard had in een circus gediend.

Mevrouw had roerloos voor haar spionnetje gezeten.

Toen Meneer thuis kwam, liet zij hem roepen. De deur werd gesloten. Dat was in vele jaren niet gebeurd. Het gesprek tusschen die beiden was kort.

— Je maakt je belachelijk, zeide Mevrouw, en je zult niet meer rijden.

Al wat Meneer antwoordde, terwijl zijn oogen haar stekend in het gelaat keken, — hij had oogen zooals kleine zaakwaarnemertjes hebben :

— Toen was ik goed genoeg.

En Meneer bleef rijden ; hij veranderde alleen van paard.

Toen hij de eerste maal op zijn nieuwe paard reed, ontmoette hij den kamerheer en den gouverneur, die hun toertje maakten.

De gouverneur, die langs bureaucratischen weg zijn positie verkregen had, zeide :

— Ik had niet gedacht dat hij in het vervolg nog rijden mocht, kamerheer.

De kamerheer antwoordde :

— Hij is de sterkste.

— Maar hoe is het mogelijk ? zeide de gouverneur/terwijl hij den kamerheer aankeek, — de gouverneur had een gladgeschoren gezicht:

— Mijn vrouw en ik praten er zoo vaak over hoe het mogelijk is.

De kamerheer antwoordde niet, hij glimlachte alleen maar.

— Zijn vrouw is verstandig genoeg, zeide de gouverneur. De kamerheer blies den rook van zijn bavanasigaar in

kleine ringetjes' uit.

De kamerheer was de eeruge in de stad, die echte havana's rookte. De kamerheer had sinds jaren denzelfden sigarenkoopman en denzelfden wijnhandelaar. Dat waren de eenige leveranciers die hij ooit betaalde.

— Omdat hij de sterkste is, zeide de kamerheer weer.

Het was of freule Adelheid plotseling ontwaakte. Als zij zat, verviel zij gaarne in een soort vage loomheid en strekte graag heel haar lichaam uit.

III. Hebman Baks. &

113