is toegevoegd aan uw favorieten.

Garen en goed

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

107

veel doeltreffender dan een langdurig laten liggen aan een stuk.

Toen de kunstmatige bleek, met chloorkalk, werd ingevoerd, was dit dadelijk een groote vooruitgang voor de katoenindustrie, omdat het veel vlugger gaat en het goed toch helder wit wordt. Maar bij linnen had de chloorkalkbleek het groote bezwaar, dat ten slotte de vlasvezel zelf werd aangetast, en dus de kwaliteit van het goed achteruitging. Ook kon men met éénmaal bleeken, hoe sterk ook, het niet helder wit krijgen. Nu is men er wel in geslaagd om door telkens in zeep te wasschen of door andere middelen, ook linnen goederen met chloorkalk te bleeken, maar de kwaliteit van het gebleekte goed blijft zooveel beter na de grasbleek, dat deze methode ondanks de kostbaarheid (tijd en plaats) voor de beste soorten nog steeds wordt gevolgd.

In plaats van chloorkalk wordt tegenwoordig veel de electrolytische chloorbleek toegepast, (de bleekvloeistof wordt electrolytisch bereid), niet te verwarren met de z.g. electrische bleekerij. Deze laatste, hoewel zoogenoemd, evengoed „electrisch" alleen om de bereiding van het bleekmiddel, is een inwerking van ozon. een soort sterk-werkende zuurstof, die het goed wel blinkend wit maakt, maar waarbij een groot gevaar voor verzwakking van de vezel bestaat.

De beste kunstmatige bleekvloeistof is waterstof-superoxyd, waarvan het eenige bezwaar is, dat het duur en weinig houdbaar is. Maar het is voor alle vezels geschikt, ook wol en zijde. Liefst toegepast o.a. voor wolmóusseline, dat bedrukt wordt.

Deze dierlijke vezels bleekt men anders door het z.g. zwavelen, d. i. met den damp, die van de brandende zwavel komt (zwaveldioxyde).

Vele andere bleekmethoden zijn bekend, beproefd of in gebruik. Het is nog steeds een punt van belang om een goedkoope, onschadelijke en doeltreffende bleekvloeistof te vinden, die de bestaande middelen overtreft. Het verschil tusschen huisbleek en fabrieksbleek van katoen is, dat er in de fabriek veel meer vooren nabewerkingen noodig zijn. De.'huismoeder wascht het ongebleekte katoen, bleekt het, en wascht het weer. En na elke wasch wordt het goed witter. Zoolang kan de fabrikant niet wachten. In één keer moet een groote hoeveelheid katoen grondig gebleekt zijn. Na het witmaken wordt in de machinale bleekerij ook altijd het uiterlijk verbeterd door al of niet appreteeren en kalanderen, wat in dezen zin te vergelijken is met stijfselen en strijken. Een groot deel van de bewerkingen bestaat in wasschen met en zonder zeep. Menige huisvrouw zou verbaasd zijn, als ze eens wist, hoe-