is toegevoegd aan uw favorieten.

Atjehsche guerilla schetsen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

89

ATJEHSCHE VROUW.

Bijna een vol jaar had zij nu reeds in het bivak gevangen gezeten en eindelijk was er een besluit voor haar gekomen; ze zou naar Atjeh's Westkust, haar geboorteland, worden teruggebracht, opdat haar man, de onverzoenlijke opstandeling, er eindelijk toe zou komen, zich om harentwille te onderwerpen. Alleen een kleine flikkering in de koolzwarte oogen verraadde hare inwendige ontroering op het hooren van deze voor haar zoo beslissende tijding. Het fraaie fijn besneden gelaat, met de sierlijke dunne, maar opeengesloten lippen, de kleine, eenigszins platte neus, de coquette krulletjes op voorhoofd en hals, de onder het eenvoudige zwarte baadje rustig op en neer gaande buste, de fraaie, wel verzorgde handen, die op de knieën der onder het lichaam waardig gekruiste beenen rustten, kenmerkten hier de vrouw van echten, Atjehschen adel, geboren om te heerschen, maar ook onwrikbaar om zich ooit te buigen onder het juk dier gehate ongeloovigen.

Ruim een jaar geleden was zij haar man gevolgd, toen deze, moetende vluchten voor de patrouilles der Compenie, de wijk had genomen naar de Gajoe-landen en daar op een ladang met eenige getrouwen een onafhankelijk, maar karig bestaan had verkozen, boven een misschien weelderig, maar afhankelijk leven