is toegevoegd aan uw favorieten.

Een vlaamsche vrouw

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

donkerenden aanslag af te vegen. Haar gang was dwarrelend, en onwillens maakte ze nu en dan een te korten tred. Ze had ook in't geheel niet geslapen !

Doch de frissche morgenlucht deed haar goed ; stilaan werd haar tred zekérder en 't zien helderder. Alleen met het denken wilde 't nog niet. Thilde — ja, wat zou ze ook weer met Thilde bespreken ! Ze

had een vrijer! Charl Verlingen — Verlingen

Vandaag nog zou ze onderzoek doen naar Verl ....

,,Sa, madam Colombe! a la bonheur, 'k hadde u 'nen briefje willen schrijven, en "k hebbe nu uzelf."

„Maar meneere luitenant Vanhoorne! is dat 'nen mensch doen verschieten1)! Bonjour! 'k Ben blijde, van u te ziene!"

Ze. gaven elkander lachend een hand.

,,Madam, ik ga de stad verlaten !"

De vrouw schrok.

„Maar meneere doch! 't en is doch geen waar?"

,,'k Ben ik verplaatst, madam! 'k Reize nu subiet naar Brussel."

, Zoo subiet ? Maar meneere doch ! En gij gaat ons voor altijden verlaten? Eerst meneere Wenzel, en nu gij — — — Och, Heere!"

Zij kreeg tranen in de oogen. De officier zag dat, en kon het begrijpen.

,,'t Is triestig, madam! triestig, 'k Hebben ik gister 'n avend 'nen depêche g' had. 'k Moete nu weg, of ik kome te laat. Als ik meer wete, ik ga 't u in 'nen brief doen weten. Madam! vertrouwt op den Heere! Hij blijft bij u."

Dit was al te plotseling.

„Maar meneere toch! En hoe gaat het nu hiere gaan gaan met het Evangelie?"

') Schrikken.

88