is toegevoegd aan je favorieten.

Patronen voor kloskant

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ALGEMEENE OPMERKINGEN.

5

De patroonboeken uit de serie: De Bibliotheek van „De Vrouw en haar Huis" zullen bijeenbrengen, elk' op hun gebied, al wat tijdens het bestaan van het tijdschrift in de verschillende maandafleveringen verspreid staat.

Dit deel, Nr. IV in de serie, is een boek voor geoefende kantwerksters. Er zijn 6 kantbijlagen met een aantal kantpatronen aan toegevoegd.

Bij de beschrijvingen van platen en patronen is ook thans als in de andere serie-boeken slechts het hoog noodige vermeld. Er is alleen aangegeven wat den opzet en het verder volgen van het patroon zou kunnen vergemakkelijken.

KANTSOORTEN.

Torchon kant bestaat geheel uit vlakke steken als netslag, linnenslag, vetergatslag en varianten. Spijlen en blaadjes ontbreken geheel. De draden loopen van het begin tot het einde van het werk door.

Cluny kant is nagenoeg geheel samengesteld uit spijlen en blaadjes, slechts afgewisseld door kleine linnen- of netweefseltjes. Alle draden moeten steeds door het werk heenloopen. Het is een groote fout, die tegen de juiste opvatting der techniek strijdt, om telkens klossen in te hangen en uit te knoopen.

Russische kant is die typische kant, waarin een bandje, al of niet met dikken draad gewerkt, het ornament vormt. De spijlen-achtergrond of blaadjesversiering wordt nagenoeg altijd door de klossen gevormd, daartoe tijdelijk aan het bandje onttrokken.

Duchesse kant is de meer rijke bloemenkant. De motieven, die het ornament vormen, worden afzonderlijk opgezet en afgehecht. Is het ornament voltooid, dan wordt de achtergrond ingeklost. Deze kantsoort wordt gewoonlijk van fijn linnengaren, doch ook van katoenen draad gemaakt.

De grovere kantsoorten, o.a. de eerste drie genoemde, worden altijd met linnengaren gewerkt, dat mooier glans geeft en solider is dan de katoenen werkdraad.

MATERIAAL.

Kussen. Een rond, draaibaar kussen, 55 of 60 cM. in doorsnede, is het meest te verkiezen. Alle technieken en alle werkstukken kunnen er op worden uitgevoerd.

S taan se 1 doet dienst om het kussen, terwijl men werkt, op te laten rusten.

Strengophouder. Om den draad zoo glanzend en sterk mogelijk te houden, moet voor het opwinden van het garen een gemakkelijk draaibare strengophouder worden gebruikt.

Klossen. De beste klossen zijn die, welke van glad hout gemaakt zijn en waarvan het gedeelte, dat bij het werken wordt aangevat, is voorzien van een bolvormig uiteinde. Dit vergemakkelijkt het aanschuiven van de draden.

KI ossen-opwinder wordt gebruikt om de klossen met garen te vullen. Hierdoor heeft het linnengaren minder te lijden en de vulling gaat gauwer dan met de hand.

Spelden moeten in verschillende grootte en roestvrij aanwezig zijn om te gebruiken voor fijn of grof werk.

Blauw doekje, blauw papier of zeiltje dienen om er de klossen onder het werken overheen te laten bewegen. Dit komt teekening en werk ten goede en beschermt het werk.