is toegevoegd aan je favorieten.

Manus Peet

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

303

heet duister, als van vuur achter een ovenklep, somber gesmoord; vroeg zijn hart bij alles: waarom, waarom, waaróm? Gelijk een donkeren, zich dooreenstrengelenden Zang, hoorde Manus altijd woorden van Boeddha en spreuken van den Prediker tezaam. Wonderlijk, zooals hem het leven van Boeddha vastgreep. In een dóódsimpel boekje kwam hij van Wijze's bekeering en leer te lezen, en beide hadden in Manus diepe ontroering en beklemming gebracht. Dat weg-willen van alle aanlokselen der wereld, dat heilige bedelaarschap en dat zichzelf losscheuren uit smartelijke levenstwijfelingen en het martelende liefdeverlangen, nog nooit had Manus een wezen zoozeer in het waakzame mijmeren zich rein en geestelijk Zien vereenen met het voorwerp van de beschouwing zélve. Dat was een zalige en hooge mijmerstaat, dien Peet hem benijdde. Dat was een teloor-gaan in de dingen die Manus als kwellende waarheidzoeker aanbad. Zóó bij ingeving mijmeren zonder liefde-weemoed, gaf het menschenhart alléén rust in stilte en zielenood. Als Manus een enkel keer in schuwe verootmoediging zich daarover uitte bij partijgangers, bij de levensgulzigen, dan werd zijn ontgoochelende zwartgalligheid hoonend weggelachen. Alsof een idealist niet tóch pessimist kon blijven. De schaamtelooze krijters vooral, krenkten hem met giftigen spot en verscheurende bitterheid. Manus had misschien te lang gezworven onder verdorven prostituées, uitpersers en misdadigers, om nog in vreugdevolle onbevangenheid van een bestaansgeluk te kunnen hooren reppen. Hij had misschien te lang in Nes en op Zeedijk de wreede moordtronies gezien van Hazenlip en Bleeke Willem, van Scheefnek, Suikerjas en Scheele Da. Na ieder idealistisch en menschelijk uitleven van zijn rechtsgevoel en zijn deernis, tuimelde hij terug in den schemer van een angstige en ontroostelijke droefgeestigheid. Als hij een dartel jeugdschepsel zag, opgeruid door leege vermaken en prikkelende verstrooiingen, dacht hij; loos vermommingsspel van den ironisch-boozen geest, die onttakelende Ouderdom of Verveling heet. Manus Peet