Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

485

Palmgracht tot het verste puntje van de Passeerderstraat, alles star bleef denken, handelen en bewegen gelijk een eeuw her» Zij moesten gehoorzamen als de jongen van de vlotschuit, die zijn peet dag in dag uit zag oversteken, en gehjk het meisje van den lantaarnopsteker, dat haar vader avond op avond, hchtjes Zag ontvlammen. Vlotschuit en lantaarn... verder mochten zij niet zien. Neen.. • Jan wou niets meer hooren van al het braniënde en valsche gezeur over het Paling-oproer, en het doodsarren van politie en burgerij, zoolang zij nog maften met tien op één slaaphok. Jan wou iets grootsch beleven. En toen was hij met de anarchistische beweging meegesleept.

Moest Manus nu Nel zelf voorhouden, dat zij toch óók geen ras-Jordaansche was? Jan had de koenheid van haar en van Corry. Neen, dat was geen kekkemek; dat was écht in Jan, al kwam hij nog zoo slecht te gast bij Nel's verdachtmakenden twijfel. In haar zoon en in een groepje Jordaansche makkers, was het sociale bewustzijn fel-gloeiend aan het leven gebracht door den oorlog. Nou ja, voor Corry kon de heele menschheid wel vergaan, als zij maar haar zin kreeg. Was nou eenmaal zoo een gedenkpenning! En zij, Nel,... ja, Manus moést het zeggen, zij was een goedhartige, door-en-door-fatsoenlijke vrouw, maar tuchteloos en dom-verblind in haar gulheid en hulpvaardigheid. Zij begreep niets van het georganiseerde arbeidersverzet. Het was eigenlijk om te grienen, dat zij juist, met haar meest heerschzuchtige gram er zoo dwars tegenin sloeg. Waarom schimpte zij in haar hekelende bekrompenheid, Jan's kameraden en Jan zélf, voor opruiers, raddraaiers en gezinsvergiftigers? Moest hij nou precies twee druppelen water worden met die afgeleefde pieremeseurs uit de buurt, die met een zoet keesje achter de kiezen, hun dood afwachtten op de blauwe vloersteentjes van hun lichtlooze krotjes? O, Manus zag het ouderwetsche dolgraag, maar Jan niet. Manus had nog schik in de duivenplathouders; in het sputterend vertier op de vischcolleges, in het jammerende gezang bij harmonika, piccolo en orgel van Warnies op de Brouwersgracht-loodsen. Maar in Jan

Sluiten