Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

APHRODITE PANDEMOS

491

god met de roetige handen en de werkmansknoken, de aambeelden-hameraar, die den ganschen dag over de zuchtende kelen en windlongen zijner twintig blaasbalgen zat gebukt en den Olympostop voldreunde met het grove geweld van zijn bonzende slagen.... De uit-schuim-geboorne betooverde Hephaystos, den sonoren klinker van godenbocalen, den tooverigen smeeder van onbreekbre aetherlichte waapnen. En zij wierd bekoord door Hephaystos' geestig en fel oogengetintel en de scherpe, hekelende scherts van zijn boosaardigen spotmond. Zij verliefde zich op zijn bestofte, spitse smidsmuts en op het ronkend loeien van de vonkende werktuigen der vuurontbranders. Zoo smolt zij het hart van een metaalsmelter, om hem te martelen in liefdepijn.... Welk een wreede verfijning 1 De slankst-gegordelde en allerschoonste vrouwe koppelde zich vast aan den meest mismaakte en onheldhaftigste der Olympiërs. Al ironischer verhaalde Xerxes rijn rijksgrooten, artsen en magiërs, met hoeveel schaamteloozen zwier Aphrodite van Hephaystos den kreupele, weer afz wierf naar Ares. Ook hier weer een wankele hunkering naar de omhelzingen van een schijnbaar heftigcontrasteerend schepsel met haar eigene teedere natuur. Ook hier weer een ten halze indompelen in een bacchantische opgewondenheid. Ook hier, dolende

Sluiten