is toegevoegd aan je favorieten.

Handboek der algemeene erfelijkheidsleer

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het oogenblik der factorensplitsing.

285

der erfelijke factoren, dan is het alleszins duidelijk, dat alle lichaamscellen alle hetzelfde stel erfelijke factoren in hun kernen bevatten, alle gameten slechts gedeelten van het geheele stel.

Zoo zou dus de uitspraak: de reductiedeeling tijdens de gametenvorming is het oogenblik der factorensplitsing, als onweerlegbare stelling goed gefundeerd zijn, als er niet een aantal verschijnselen waren, die erop wezen, dat we deze stelling niet als de eenig juiste mogen beschouwen. En omdat in het algemeen deze verschijnselen teveel veronachtzaamd worden, waardoor de daaruit volgende conclusies niet naar waarde geschat worden, wil ik trachten door enkele voorbeelden op te helderen, waarom we met deze stelling zoo voorzichtig moeten zijn.

In het plantenrijk speelt het verschijnsel der „knopvariatie" een rol van beteekenis. Vooral de tuinbouwlitteratuur is rijk aan mededeelingen van waarnemingen, die alle behelzen, dat een deel eener plant (meestal een bebladerde tak, of een bloeiwijze) een opvallend ander uiterlijk heeft, dan de rest der plant. Die waarnemingen zijn door alle tuinbouwkundige en botanische tijdschriften verspreid en het was daarom voor Cramer (1907) een dankbare taak, al deze gegevens tot een geheel te verzamelen, een werk waaruit wel vooral duidelijk geworden is de groote verspreiding, die het verschijnsel onder planten heeft. Wat echter ook uit Cramers werk gebleken is, is de eenzijdigheid in methode, die in de betrokken litteratuur heerscht: waarneming en beschrijving zonder eenig proefondervindelijk onderzoek. En daaraan hapert het nog steeds bij de beantwoording der ons interesseerende vraag naar de oorzaak der knopvariaties. Dat ze van zeer verschillend allooi zijn, staat wel reeds thans vast, evenals dat hun waarde uit genetisch oogpunt zeer uiteenloopend is. We zullen daarom enkele voorbeelden ontleenenaande vele groepen,