Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

500

bod van goederen alleen met levering is gelijk te stellen als daardoor de goederen komen binnen de macht van den kooper, althans buiten die van den verkooper.

Gaat dus door het aanbod, gevolgd door consignatie, de schuld niet te niet, toch zgn er gevolgen aan deze handelingen verbonden. In de eerste plaats worde nagegaan, wat de gevolgen zgn van het aanbod. In art. 3107 van het ontwerp 1820 was bepaald:

„Eene, hoezeer wettiglgk gedane aanbieding van betaling, wanneer dezelve bg weigering van den schuldeischer door geene consignatie is gevolgd, heeft geene gevolgen in rechten ten voordeele van den schuldenaar en dergenen die verder terzake van schuld aansprakelgk zgn, dan alleen wanneer eene verschuldigde zaak na het gedane aanbod buiten schuld of verzuim van den schuldenaar vergaat, wordende in dat geval de schuld met alle gevolgen van dien gehouden voor vernietigd".

In ons wetboek is die bepaling zonder opgaaf van redenen niet overgenomen.

Bg ons heeft, volgens Diephuis (dl. X pag. 590) en Opzoomer (dl. VII pag. 99), een behoorlgk — overeenkomstig art. 1441 B. W. gedaan — aanbod het gevolg, dat de schuldenaar „niet door het enkel verloop van den bepaalden termgn in gebreke zal zgn, wanneer hg dit anders uit kracht der verbintenis wezen zou".

Volgens Diephuis t. a. p. is dit het eenige gevolg, dat men aan het aanbod op zichzelf kan toekennen. Opzoomer t. a. p. echter meent, „dat we „een schrede verder moeten gaan. En wel om gelgkbeid van rechtsgrond. Wordt door het aanbod de ingebreke stelling des schuldenaars voorkomen, „om de eenvoudige reden dat wie betaling aanbiedt, en tot aanneming niet „slechts in staat stelt, maar zelfs dwingt, niet in mora kan zgn, dan moet „om dezelfde reden de schuldenaar zich .door het aanbod ook vrgwaren „van schadevergoeding en strafbepaling, ja, er eveneens door gedekt zgn „tegen een volgende in gebreke stelling door middel van een sommatie des schuldeischers".

Asser-van Goudoever (pag. 170 e v.) noemt nog eenige meerdere ge-^ volgen, die echter deels met de reeds gemelde samen vallen. Hg noemt die eigenlgk als gevolg van het „verzuim van den schuldeischer", hetwelk hg veelal aanwezig acht ook zonder dat het officieele aanbod van art. 1440 is geschied. Maar indien dit aanbod wèl plaats had zullen die gevolgen ook aanwezig zgn. Wg meenen verder te mogen volstaan met een verwgzing naar Asser-van Goudoever t. a. p., Willeumier (pag. 137 e.v.) en LandLohman (pag. 408).

Verdere rechtsgevolgen worden eerst verkregen door de consignatie en eerst van af den dag dat deze geschiedde. De meening van sommigen"(o.a. de Pinto dl. II § 766) dat na de consignatie alle gevolgen van deze zouden werken van af den dag van het aanbod, wordt afdoende weerlegd door Diephuis (dl. X pag. 588) en Opzoomer (dl. VII pag. 100).

Sluiten