Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

103

Art. 55. Bij hertrouwen ontvangt dé weduwe als afkoopsom voor ééns het bedrag van haar jaarlijksch pensioen, doch ten minste / 100.—.

Art. 56. 1. Bij overlijden van een hd of gepensionneerd hd wordt ten behoeve van elk zijner wettige kinderen beneden 16 jaar een weezenpensioen verleend.

2. Het weezenpensioen bedraagt *»Vx)r vaderlooze kinderen ƒ3.— en voor ouderlooze kinderea>^ 6.— per maand.

Art. 57. Geen weezenpensioen wordt verleend ten behoeve van de kinderen uit een huwelijk als bedoeld in art. 53 onder a of 6.

Art. 58. 1. Het weezenpensioen gaat in daags nadat de vader is overleden. Overlijdt de moeder na den vader, dan gaat het verhoogde pensioen in daags na het overlijden der moeder.

2. Het weezenpensioen wordt uitgekeerd tot het einde der maand, waarin het kind komt te overhjden of den leeftijd van 16 jaren bereikt.

Art. 59. De uitbetaling van het weezenpensioen geschiedt aan de moeder of aan dengene, die naar het oordeel van het bestuur van het Fonds, de zorg voor de opvoeding van het kind op zich heeft genomen. IÉMW

Art. 596ts. 1. Wanneer een werkman of zijne nagelaten betrekkingen geen recht hebben op rente ingevolge de Invaliditeitswet, doch wel zoodanige rente zouden ontvangen ingeval de werkman gedurende zijn hdmaatschap der pensioenkas verzekeringsplichtig ware geweest ingevolge de wet, dan zal, met afwijking van de voorgaande bepalingen:

a. indien het pensioen van hot Fonds lager is dan het bedrag, waarop de rente der Invaliditeitswet zou zijn bepaald, het pensioen tot dat bedrag worden verhoogd;

b. indien geen recht bestaat op pensioen van het Fonds, alsnog pensioen worden verleend tot het onder a genoemde bedrag. ■ 2. Voor dé toepassing van het voorgaande hd worden pensioenen en.renten van nagelaten betrekkingen als één pensioen en één rente aangemerkt'» I

Art. 60. 1. Gepensionneerde leden en hun gezin, alsmede gepensionneerde weduwen en weezen hebben, mits zij wonen binnen eene gemeente of gedeelte eener gemeente, waar door een fondsarts praktijk wordt uitgeoefend, in geval van ziekte recht op geneeskundige behandeling en verstrekking van geneesmiddelen.

2. Het bepaalde in de artt. 9, tweede, derde en vierde lid,

Sluiten