is toegevoegd aan uw favorieten.

Naar hooge toppen en diepe kraters

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DER GODIN RINDJANI.

97

Ik was echter veel te verlangend om in den krater te kijken, dan dat ik mij aan de oplossing van dat vraagstuk wilde overgeven; klom dus over de lavablokken, die den drempel bedekten en kwam als van zelf op den noordelijken binnenwand van den krater, die daar minder steil en eveneens met groote rotsblokken bedekt was.

Tegenover mij rees als loodrecht de zuidwand op, met geelwitte en roodbruine rotsvlakken, scheuren en rillen, waaruit overal rook opsteeg. Ook de minder steile oostwanden rookten op tallooze plaatsen. De bodem, die gedeeltelijk onder geweldige klompen wasMdolverK la^feht onder mij en was heel eng. \ \ \Y

Van blok tot blok springend kwam ik toUmo^deoo dicht bij den kraterbodem en bevond mij toen zoo recht midden Wat onmenschelijk woeste gat, dat gruwelijk gaapte als de gekïdW md van een verschrikkelijken draak, die pas vuur heeft uiLbraó&^e)S zag ik mijn metgezel tusschen de scherpkantige lavakloATpe^e^ï nietig voelde ik mij zelf te midden van dien verstarden b^wffikdligende zwavelwanden ! Maar de draak was slapende; niets/SÖan de dunne rookzuiltjes; geen blok zag ik van de wanden afv/llei&n^ vreeselijke keelgat was gesloten. Dus vatte ik moed en klom /onvervaard rond. Was ik de eerste mensch, die in dezen kratir afdaalde? Een zonderlinge ontdekking deed mij daara/n tafelen. Toen wij n.1. op den drempel aangekomen/ warerl riep mijn metgezel uit: „kijk, daar boven op de hoogste punt staat de |tok van Elbert!" Den stok zag ik inderdaad, maar het kon nief die van Ielbert zijn, want die was op den noordelijken en beslist ni/op den hoLsten, zuidelijken kraterrand geweest, zoodat ontwijfelbaar^n ander na Xen\ den berg moest beklommen hebben. Vermoedelijk was dat de zel/de mfeeweest die een dergelijken stok op den Rindjani-top had geplaatst^tóifve zal wel de zeeofficier Kayser de%okplanter geweest zijn/ ^Cf_V^

Maar dan moet hij ook een vaartuig héiben gehad^örjj^misschien ook in den krater geweest. ' J\

Teruggekeerd langs een helgeele, flink rfkende^Jïatare, die dicht onder den drempel ligt, gingen wij op dien rank rusten om van het schitterende uitzicht te genieten, maar nauwelijks op e\m playiavablok gezeten