Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BALI EN LOMBOK

471

de financiën (Tijdschrift Bataviaasch Genootschap 43 blz. 556). 's Vorstën griffier heette op Lombok djedjeneng. Somtijds was, hetzij door geleidelijke usurpatie hetzij als gevolg van verovering, de vorst — of een bepaalde vorst — de almogende albezitter, die, gelijk hierbeneden zal blijken, met het leven, de vrouwen en dochters, de sterfboedels en den grond zijner onderdanen deed wat hem lustte. Ook in de despotenrijkjes evenwel bestond overal het recht der bevolking om elk voor zich aan een hoofd de gehoorzaamheid op te zeggen en in massa over hem te gaan klagen; welk optreden, evengoed als de niet geoorloofde ongehoorzaamheid jegens de hoofden, metilas. of metilar wordt genoemd, en herhaaldelijk nuttige gevolgen had en heeft. De bevolking kende zich overal dit recht bovendien toe tegenover een onrechtvaardig vorst — men stelde zich dan onder een naburig vorst —, maar de verzaakte vorst zelf zag daarin natuurlijk een delict. De vorst van Soembawa, hoewel van Makasaarsche herkomst, heet niet karaeng, maar soeltan, datoe of dëja.

De voornaamste vorstenbelastingen (heffingen) waren de padjeg (in natura), de soewinih en de oepeti; padjeg en soewinih heeten te zamen tigasanan tjarik, d. i. tigasanan van de sawahs. De Balische methode van sawahbelasting wordt door Liefrinck, die haar in 1886 omstandig beschreef, geprezen als goed en vernuftig; zie ook Indische Gids 1904 I blz. 824—827. Daar, waar het grondbezit des volks geëerbiedigd bleef, was de padjeg een ingeleverd deel van de eens voor al geschatte bruto-opbrengst van het eerste gewas per productieëenheid sawah (die eenheid gronds — een „schaar" — heet tenah winih, d. i. zaadpadibos); in dit geval wordt bij wanbetaling de padjeg eerst verdubbeld en daarna geëxecuteerd door verpanding. Waar echter het bezitrecht vernederd was tot een bewerkingsrecht, gold de padjeg als pachtsom voor het eerste gewas van sawahs (in rijst of in munt), en stond op wanbetaling verlies van het recht op den grond. Op Lombok, waar het oogstaandeel voor vorst en hoofden drukkend hoog was, was ook voor Sasaksche in bezitrecht verkeerende sawahs in het oosten des eilands de sanctie op wanbetaling verlies van het recht op den grond. Vrij van padjeg waren op Lombok ambtsvelden, stichtinggronden, en grondheerlanden, heerenlanden. De soewinih op Bali (ontbrekend op Lombok) daarentegen was een recognitie in geld in verband met 's vorsten waterrecht (zie be-

Sluiten