is toegevoegd aan uw favorieten.

Het Zuid-Oost-Borneo-reglement of het reglement op het rechtswezen in de residentie Zuider- en Oosterafdeeling van Borneo, (Staatsblad 1880, no. 55), zooals het luidt na de tot heden daarin aangebrachte wijzigingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

75

trictshoofden moéten in het gebruik maken van deze bevoegdheid met omzichtigheid te werk gaan.

Art. 236. De Districtshoofden, van het boven hen I. R. 46. gesteld gezag een schriftelijk bevel ontvangende tot het doen eener inhechtenisneming, moeten daaraan zonder verwijl gevolg geven.

Art. 237. Tot het vatten der in hechtenis te nemen I. R. 47. personen kunnen zij zich bedienen van de tusschenkomst der Dorpshoofden en, zoo noodig, den bijstand vorderen der inwoners van het dorp, binnen welks omtrek of in welks nabijheid de aanhouding moet geschieden.

Art. 238. De Districtshoofden zijn verplicht, om van I. R. 48. elke door hen gedane gevangenneming een relaas op te maken en aanteekening te houden van den naam en de woonplaats der personen, die in de zaak als getuigen kunnen dienen, en van den zakelijken inhoud hunner verklaringen.

Dat relaas en die aanteekening worden door hen met den gevangene onmiddellijk aan den Magistraat opgezonden, aan wien zn tevens, wanneer de opzending daarvan niet reeds vroeger heeft plaats gehad, doen toekomen de bij hen ingekomen en de door hen opgemaakte relazen, benevens alle voorwerpen, die tot bewijs van het misdrijf kunnen dienen, zooals gestolen en geroofde goederen, wapenen en dergelijke.

Wanneer het belang der Justitie zulks vordert, kunnen de Districtshoofden de voorloopig door hen ondervraagde getuigen, gelijktijdig met den gevangene, voor den Magistraat doen verschijnen

De aldus opgezonden getuigen hebben recht op reisen verblijfkosten, ingevolge het deswege bestaande of nader vast te stellen tarief.

Art. 239. Wanneer het district, van waar een ge- I. R. 49. vangene moet worden opgezonden, niet grenst aan dat,