is toegevoegd aan uw favorieten.

Catalogus van kaarten, enz., betrekking hebbende op de oudere en tegenwoordige gesteldheid van Holland tusschen Maas en IJ, aanwezig op de tentoonstelling in het Stedelijk Museum te Amsterdam in september en october 1921

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

io3

In dit deel van Holland komen slechts 3 boezems voor nL Rijnlandsboezem, waarvan geheel Rijnland het gebied vormt en waarop de boezem van Woerden door de sluis te Bodegraven loost; Delflandsboezem ofSchieboezem, waarop geheel Delfland binnen den Maasdijk en aan de zuidoostzijde een klein deel van Schieland afwatert, en de Rotteboezem, waarop een aantal polders van Schieland ter weerszijden van de Rotte hun water brengen. Eerst in de eerste helft der 19e eeuw is daarbij de kleine boezem van de ringvaart van den Zuidpias gekomen. Een strook polders, van Rotterdam tot bij Nieuwerkerk langs de rivier gelegen, loozen rechtstreeks op Nieuwe Maas en IJsel. iftêftf^

Op de grenzen der boezemgebieden lagen in de wateren die tot meer dan één boezemgebied behoorden oorspronkelijk alleen dammen. Voor de scheepvaart waren op sommige daarvan o v e rtoornen aangebracht, d. z. hellende vlakken waarover de vaartuigen met windas of kaapstander werden gewonden; later werden zij door schutsluizen in die dammen vervangen. Zoo was Rijnlandsboezem oorspronkelijk van Amstellandsboezem gescheiden door een dam aan het einde van den Schinkel, waarop de Overtoom", door den Bilderdam in de Drecht en door een dam in de Aar; van die van Woerden door den Zwadenburgerdam, later door de schutsluis te Bodegraven; van Rotteboezem door den Hildam in de Rotte—Hoogeveensche Vaart en van Delflandsboezem door den Leidschendam, beide in de Ovenzijdwinde.

Ook nadat de bepoldering van deze gewesten, zooals wij zagen in de 17e eeuw, voltooid was, bleven er nog eenige landen oningepolderd, nl. een deel der hoogere geestgronden aan de duin-? zijde in het Westland, daar deze landen hoog genoeg boven het boezemwater lagen om ten allen tijde daarop te kunnen afwateren langs natuurlijken weg. Zulke landen noemt men boezemland.

De polderkaden hebben slechts geringe afmetingen; zij zijn veelal slechts 1 a 3 voet hoog en dik; alleen die welke langs boezemwateren liggen, in dat geval ook boezemkaden geheeten, zijn zwaarder en zelfs veel zwaarder, als zij, zooals het geval veelal is, tevens wegen zijn.

De boezemkaden liggen niet overal onmiddellijk langs den boezem. De strooken lands tusschen de kaden en het boezemwater, — die dus (in 't klein) ten opzichte van den boezem zijn