is toegevoegd aan uw favorieten.

Hoofdzaken van het staatsrecht van Nederland en Nederlandsch-Indië : leiddraad ten gebruike bij het onderwijs in de rechtswetenschap aan de Opleidingsscholen voor Inlandsche Ambtenaren en voor zelfstudie van Inlandsche bestuursambtenaren

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

80

De wedana voert een blauwe pajoeng met twee vergulde randen. Bij meergemeld Sb. 1867 -114 werd ook eene Instructie voor de wedana's afgekondigd; deze is ongeveer gelijk aan die voor de regenten. De positie van wedana in een district is dan ook ongeveer dezelfde als die van een regent in een regentschap. Alleen wordt de wedana niet in alles gehoord en hij kan ook niet zelfstandig voorstellen doen aan het Europeesch bestuur. Als politie-ambtenaar heeft de wedana gewichtiger functiën dan de regent, wat blijkt uit de voorschriften daaromtrent in het L R.

Onderdistricts- Alle districten zijn weer onderverdeeld in onderdistricten, hoofd. die bestuurd worden door assistent-wedana's. Deze worden

benoemd en ontslagen door den Resident in overleg met den regent. Aan het hoofd van het onderdistrict, waarin de wedana woont, staat meestal geen afzonderlijk assistent-wedana; deze functie wordt dan door den wedana zelf vervuld.

De assistent-wedana voert een blauwe pajoeng met één vergulden rand. Hij is in alles ondergeschikt aan den wedana. Bij G. B. van 25 Maart 1874 Sb. 93 is dan ook de instructie voor de wedana's verklaard tot leiddraad voor de assistent-wedana's.

Lagere ambte- Ter vervulling hunner taak hebben de regenten en districtsnaren en be- hoofden de beschikking over lagere ambtenaren en beambten,

ambten. nl. mantri's-politie, mantri's-kaboepaten, mantri's-district,

schrijvers en hulpschrijvers, die door het land worden gesalarieerd; hunne positie is geregeld in Sb. 1919-826. (Zie voor de gediplomeerde ambtenaren voor den Inlandschen bestuursdienst op Java en Madoera Sb. 1919-464).

Bestuur over Sedert bij Sb. 1918-794 art. 73 R.R werd ingetrokken, Vreemde Ooster-spreekt dat reglement niet meer over de wijze, waarop de lingen. Vreemde Oosterlingen in N. I. moeten worden bestuurd.

In hoofdzaak staan deze evenals de Europeanen rechtstreeks onder het Binnenlandsch bestuur. Om deze bestuurstaak te vergemakkelijken zijn overal, waar vele V. O. van dezelfde groep bijeenwonen, van regeeringswege hoofden dier groepen aangesteld, zg. officieren, die de titels dragen van luitenant, kapitein en majoor der Chineezen, Arabieren, enz. Zij hebben geen eigenlijke bestuursfuncties, maar hebben slechts politietoezicht, terwijl zij bovendien zorgen voor inning van belastingen hunner groep, waarvoor zij collecteloon genieten;

Volgens Sb. 1915-406 worden zij door den G. G. benoemd en ontslagen; bij een G. B., te vinden in Bb. 3831 werdbepaald dat de instructie voor de hoofden der V. O. moeten worden vastgesteld door de hoofden van gewestelijk bestuur.' Behalve het bovengenoemde collecteloon genieten zij geen