is toegevoegd aan uw favorieten.

Het Bali- en Lombok-reglement, of het reglement op het rechtswezen in de residentie Bali en Lombok (Staatsblad 1882 no. 142), zooals het luidt na de tot heden daarin aangebrachte wijzigingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

80

schrift tot na de terugontvangst van het oorspronkelijke stuk in de plaats daarvan te doen treden. Aan den voet van het afschrift teekent hij de aanleiding tot de vervaardiging aan, welke aanteekening op de af te geven grossen en afschriften vermeld wordt.

(3) . De kosten van inzending of overbrenging van het Stuk en van het maken van een afschrift daarvan door den bewaarder, worden onder de Justitiekosten begrepen.

(4) . De Magistraat houdt het onderzoek persoonlijk en kan zich daarbij door één of meer deskundigen doen voorlichten, die vooraf den eed zullen afleggen dat zij hun gevoelen geheel naar waarheid, immers naar hun beste weten, zullen uitbrengen. Van zijn onderzoek maakt hij proces-verb aal op. (Stb. 1901 n». 480 art. XIW).

I. R. 79. Art. 261. Wanneer de Magistraat in de bij artikel 260 bedoelde rapporten, relazen en verdere bescheiden of in de stukken van het nader onderzoek voldoenden grond vindt, om een bepaald persoon rechtens verdacht te houden zich te hebben schuldig gemaakt aan eenig strafbaar feit, dat gevangenis of eene zwaardere straf kan ten gevolge hebben, kan hij diens gevangenneming en opzending bevelen, en tevens, zoo noodig, gelasten, dat de getuigen zich naar de residentie van het Magistraatsgerecht zullen begeven. (Stb. 1901 n°. 480 art. Xlle).

Overigen beveelt hij, dat de nog niet aangehouden, rechtens van eenig strafbaar feit verdachte personen op een door hem bepaalden dag voor hem zullen verschijnen of bij onwil voor hem worden gebracht.

I. R. 80. Art. 262. De Magistraat doet wekelijks op één of meer bepaalde dagen, na kennis genomen te hebben van de ter zake betrekkelijke stukken, de gevangenen, die laatstelijk in zijn ressort zijn opgevat of derwaarts overgebracht, evenzeer als de in het laatste lid van het vóórgaand artikel bedoelde personen, vóór zich brengen en ondervraagt hen, evenzeer als de getuigen, zoo die aanwezig zijn, in tegenwoordigheid van den Inlandschen Officier