is toegevoegd aan je favorieten.

Beknopte geschiedenis der wijsbegeerte

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK^ XVII : DE ENGELSCHE VERLICHTING 313

moet de beschouwing van de groote, doelmatige natuur ons ook wel aan de Godheid doen denken.

ALGEMEENE MORAAL. Er is in iederen mensch een natuurlijke zedewet aanwezig. Van nature weet iedereen, dat naastenliefde plicht is. Het christelijk gebod der liefde is niet door Christus 't eerst verkondigd : het bestond van de schepping der wereld af aan : Christendom is even oud als de schepping. Jezus is voor sommigen dan ook niet de zoon Gods, maar de verkondiger van het oude natuurevangelie ; dit deed hij 't best door zijn eigen voorbeeldig leven.

God en de zedewet bestaan. Ziedaar de kern van alle godsdiensten. Dit is ook van oorsprong de natuurlijke godsdienst der menschen geweest. De geopenbaarde religies zijn niets anders dan vervalschingen van den eenen, waren godsdienst. In eiken godsdienstvorm kan men die kern terugvinden. Priesterheerschzucht en priesterbedrog hebben maar al te veel kwaad gedaan. Soms heeft de overheid meegeholpen.

God heeft de wereld geschapen met haar eigen wetten. Volgens deze wetten ontwikkelt ze zich. Het natuur-gebeuren is dus causaal te verklaren en God grijpt in den loop der natuur niet in. De godsdienst moet redelijk zijn, het Christendom is niet geheimzinnig. Sommigen geven daarom ook aan de wonderen een zinnebeeldige uitlegging ; anderen aanvaarden ze. Bijbelcritiek, bij sommigen alleen op 't Oude Testament, wordt toegelaten.

In verschillende toonaarden komen deze gedachten telkens tot uiting.

De invloed van het deïsme is gróót geweest. Bij Rousseau en Lessing zullen we de nawerking zien. Ook in ons land oefende het zijn invloed uit. Tot in de 19e eeuw vond men warme voorstanders van den „redelijken godsdienst."

Over de beteekenis der deïsten oordeelt Heymans : „In deze gedaante heerschte de Teleologie in de 18de en in de eerste helft der 19de eeuw, en wij moeten deze, wanneer wij ons in den kring van kennis van dien tijd