Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

118 DE TIJD VAN DE SPECULATIEVE WIJSBEGEERTE

wij wat uitvoeriger staan bij Herbart. Hij is ongetwijfeld verreweg de belangrijkste van het drietal; hij is tevens in ons land en in onzen tijd een zeer bekend denker, vooral in de opvoedkundige wereld.

FRIES. Jacob Friedrich Fries werd den 23en Aug. 1773 te Barby geboren en kwam in 1792 te Niesky in de school der Hernhutters, die, ofschoon hij zich later van hare geloofsvoorstellingen afwendde, toch een diepen indruk op zijn gemoedsleven maakte en invloed bleef uitoefenen. Want, hoewel hij door persoonlijke ervaring en zielkundig inzicht de leerstellingen niet langer omhelsde, en zedelijke bezwaren had tegen de leer der verzoening, zoo zag hij toch in de symbolische voorstellingen van den godsdienst een diepere waarheid en bleef hij bevriend met vele Hernhutters. Hij studeerde te Leipzig en Jena, waar hij zich niet door Fichte bevredigd gevoelde. Nadat hij huisonderwijzer in Zwitserland was geweest, werd hij in 1801 docent, in 1805 hoogleeraar in Heidelberg. Hier gaf hij in 1805 een populair overzicht over zijn leer uit: „Wissen, Glaube und Ahnung" en in 1806-7 zijn hoofdwerk: „Nieuwe kritiek der Rede," waarin hij, zich bij Kant aansluitend, diens leer tracht te verbeteren en verder te ontwikkelen. In 1816 kwam hij als professor in Jena, maar toen hij in 1817 het Wartburgfeest had bijgewoond en dus zijn sympathie met de vooruitstrevende Duitsche jeugd had betuigd, moest de hertog van SaksenWeimar hem op aandringen der Pruisische en Oostenrijksche regeering het doceeren in de filosofie verbieden; hem werden later colleges in de physica opgedragen.. Den ioen Aug. 1843 overleed Fries te Jena.

Fries gaat uit van Kant, wiens leer hij had "leeren kennen in den vorm, dien Reinhold er aan had gegeven. Maar hij wil die leer wijzigen, hoofdzakelijk in tweeërlei opzicht: Allereerst wil hij de kategorieën en ideeën, die hij van Kant overneemt, opsporen door psychologische zelfwaarneming, die volgens hem, bij Kant te veel op den achtergrond treedt. De zelfervaring stelt dus vast, in welke vormen onze „Vernunft"

Sluiten