is toegevoegd aan uw favorieten.

Onwaarheid in wissels

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

82

behouden, onverminderd nog de vraag of inderdaad die doelmatigheid wel aanwezig is te achten. Van systeem is hier dus geen sprake.

Dit alles leidt mij er toe het stelsel onzer wet slechts te betitelen als een doelmatigheidsstelsel, of, als men dit geen stelsel wil noemen, een aantal doelmatigheidsvoorschriften, waar slechts een nauwkeurig onderzoek nog het oude systeem-BoNDT in kan terugvinden, doch die in waarheid de consequenties van dit systeem hebben moeten verwerpen. Dit vooral moet men daarom goed in het oog houden om tot een zuivere beslissing te komen, dat de bepaüngen omtrent valschheid in ons wetboek inderdaad, hoe ook gegrond op het systeem-BoNDT en in dat systeem wortelend, slechts in zooverre nog dat systeem aanvaarden als de doelmatigheid toe kon staan. Kon zij dit niet, zooals in de meeste gevallen, dan heeft onze wet dit ook openlijk getoond, en op hoe onhandige, ja nuchtere wijze ook vaak, het systeem verlaten

en geen bepaalde andere theorie omhelsd, doch voorgeschreven

of laten voorschrijven wat de doelmatigheid verlangde.

Waarom geen bepaalde theorie omhelsd ? Omdat die theorie nog niet rijp was. Onze wet is tot stand gekomen in een tijd van kentering, een tijd waarin men reeds de onhoudbaarheid der oude theorie had ingezien, doch waarin de nieuwere denkbeelden nog geen bepaalden vorm hadden aangenomen. Het is dan ook geenszins te verwonderen dat onze wisselwet in het algemeen genomen een tweeslachtig karakter heeft, welke tweeslachtigheid niet zoozeer in de letter van de wet, als wel in den geest der wet te vinden is. De verwerping van art. 69 is een van de duidelijkste symptomen hiervan.

Het is dan ook hierop dat ik de stelling kan baseeren dat onze wet inderdaad niet de leer van de mandaatstheorie ten volle heeft aanvaard. We mogen niet uit de woorden der wet alleen het geheele systeem der wet opmaken. Daarvoor is meer noodig. En daarom, al zeggen de woorden der wet nog zoo duidelijk, dat de verhouding tusschen trekker en betrokkene lastgeving is, de geest der wet pleit hiertegen. Art. 69 is verworpen, juist omdat dit artikel de zuivere leer der lastgeving huldigde; het is derhalve niet te veel gezegd, indien we hieruit de verwerping