is toegevoegd aan uw favorieten.

De verloving van Jaap Mennings

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

87

ander over de benoeming, die niemand voorzien had, sprong, toen de schilder in doffe onverschilligheid bleef volharden en als ongedurig z'n romp op de stram uit-eengezette beenen op-en-neer begon te wiebelen, plots over op de schilderkunst en wilde met alle geweld de studie zien, die Jaap dien middag buiten geschilderd had. Maar Jaap maakte er zich af door te zeggen, dat hij dan meer lUcht moest maken, dat-ie naar de soos wou... als meneer Wap morgenochtend zou willen komen ... bij lamplicht kon je er toch ook slecht over oordeelen, niewaar...

Martha, toch al 'n beetje in de war door het plotse van Waps binnenkomen, voelde zich verlegenachtig-beschaamd worden door Jaaps bijna onbeleefde manier van doen tegenover z'n indringerigen bezoeker. Licht overdonderd door Waps autoritair optreden in eigen huiselijken kring, z'n doceerende, zwaarwichtige betoogen, waarvan ze in haar jonge onervarenheid de juistheid, noch de waarde precies vermocht te bepalen, had ze 'n zeker ontzag voor hem gekregen. Nu onthutste haar Jaaps stugge, blijkbare weerzin om het toch zoo gemoedelijk begonnen onderhoud te rekken, evenzeer als meneer Waps zoetsappig-blijvende vrindelijkheid haar verbaasde. En tegelijk klopte in haar de spanning, of Jaap nu ook maar in-eens deze gelegenheid zou aangrijpen om hem hun verloving mee te deelen.

Doch toen Jaap gezegd had naar de sociëteit te willen, begreep meneer Wap, dat de kans hem niet gegeven werd om onder 'n glas sherry of— nog liever —'n bittern boom op te zetten; met iets spijtigs zei hij dus meneer Mennings niet te willep ophouden en zich wendend tot Martha, autoritair weer: .

„M'n vrouw zit op je te wachten... ze begreep al met waar je bleef... we dachten, dat je nog niet thuis was... Je zou d'r helpen met 'n knippatroon of zoo iets, hè?

„O .. • ja... da's waar ook," herinnerde ze zich met n schrikje, onmiddellijk weer gedwee.

Toch treoiél-wachtte ze nog even, of Jaap iets zeggen zou, maar toen hij in-zich-zelf-gekeerd bleef zwijgen, reikte ze hem de hand. ,

„Ik zal de kwestie, die we zoo juist bespraken, met de