is toegevoegd aan uw favorieten.

Het Rootland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naar het Klein Seminarie op te trekken, niet eens in den stal ging zien. Op de Vliekaart toch wajen er zooveel beesten... Rik was er een ander. In zijn oogen vond de grijze haar weerga noch op de Vliekaart. noch op het dorp, noch op de heele wereld. Nooit zou hij voor een paar dagen, laat staan voor maanden lang van huis gegaan zijn, zonder het hof twee en driemaal af te loopen; en bij Lieze, de gewillige, sterke Lieze, zou hij voorzeker een ruimen tijd vertoefd hebben, om nog eens der lievelinge mane te strijken, ze minzaam toe te spreken en haar uit zijn eigen hand toch een laatste greep haver of een bete roggebroods te laten muilen.

De merrie dutselde al meer en meer. Zuiver houden en olie smeren brachten weinig bate. De vliegen, zwartdik in den stal. en dol op hun laatste dagen, waren van de gekneusde plek niet af te weren. Of het lijdende dier zich brieschend en kreunend wrong en wreef, of het zijn machtig lijf krampachtig deed opschudden, stampvoette, en nijdig, rondzwoei met zijn staart, ze kleefden in het haar als vastgeüjmd, zogen het bloed door de weeke huid, en straalden venijn in die openrijtende wonde. Het vleesch zag rauw rood; het vervuilde spijts alle reinigen; het veretterde, en, eindelijk, afgemat van het zeer, ging de grijze moedeloos liggen.

En dan, wat een angst, een angst! en haastig om den veearts!

86