is toegevoegd aan uw favorieten.

Het Rootland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maal vernietigd dat de schoolknapen hem achteloos voorbijsnelden, al stond hij beneden hun plaagzucht, simpele Fever, de onnoozelaar, de sukkel, op zijn hof slechter dan Job op zijn mesthoop. En deze was zijn beste maat geweest, een vroede kerel, een vranke vriend. Een kerk mocht men bouwen op zijn woord, een hemel op zijn moed. En zoo gevallen in voorspoed, plotseling als een gevelde boom!

Om zijn inbraaf mooie meisje, die zonder goud er hoopen waard was, in te trouwen waar hij woonde, had hij, na hooge schatting, broers en zusters hun deel beschreven onder verstandhouding, dat zij, mits interest, op hun erfgoed zouden wachten, totdat hij, de eerste jaren doorworsteld, stillekens kon inkorten. Helaas, nog voor de geboorte van zijn tweede kind, vielen ze de een na de ander als wolven op zijn nek en eischten het hunne. Hij wees op hun onredelijkheid, op de onmogelijkheid voor hem om alles terstond voor een appel en een ei uit zijn hand te gooien. Hij smeekte, hij bad; niets hielp. Wat moest hij doen? Verkoopen aan lagen prijs, verpanden aan hoogen kroos. Hij voorzag zijn ondergang, zijn huis dat instortte op zijn jong geluk; het hart was hij in en hij verloor zijn helder verstand. God, dat had hem eigen volk gedaan 1

Joost huiverde. De blijde droom, zooeven door hem aangelachen, Roos te Voudene op

111