Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ascetisch boek en dat was mijn doel niet; — niets opnemen, zou het gemaakt hebben tot een dorre, droge geschiedenis, en dat mocht ook niet, wijl het hier een wetenschap geldt, die — en in niet geringe mate — óók spreken moet tot het hart. Daarom heb ik gemeend goed te doen met het opnemen van mystieke verklaringen, in zoover het mij om den aard der zaak nuttig voorkwam, of waar het noodig was om bestaande, doch verkeerde opvattingen door juistere te vervangen. Intusschen vlei ik mij geenszins met de gedachte, het ieder naar den zin te hebben gemaakt. Men ontkomt kwalijk aan de bemerking van den eenen, die dit punt te beknopt behandeld en dat punt juist van lengte vindt, terwijl een ander het éérste lang genoeg en het twééde weer te lang zal noemen. Doch men bedenke dan, dat ik mij houden moest aan het bestek van een „handleiding", — dat het ondoenlijk is allen te bevredigen — en ook, dat het mijn vooropgezet plan was, om het Kerkelijk Jaar wat breeder te behandelen: want heeft men daarvan een zoo volledig mogelijk idee, dan zal de Liturgie steeds aantrekkelijker worden.

Hetzelfde zal ook geschieden met de behandeling van het H. Misoffer in het tweede deel, omdat de kennis van dit glanspunt der Liturgie noodzakelijk met zich brengt: belangstelling voor — en beter begrip van het overige.

Nog rest mij dank te brengen aan allen, die mij bij de samenstelling van dit werk een helpende hand hebben gereikt; in het bijzonder echter meen ik te moeten noemen den Hoog Eerw. Pater GABRIËL WESSELS, Assist Gen, Ord. Catm. te Rome en den Zeer Eerw. Pater OSCAR HUF, S. J., te Nijmegen, die mij ten zeerste aan zich verplichtte én door zijn voortdurende belangstelling, én door waardevolle wenken, van hém ontvangen vóór dit werk ter perse ging, in het bijzonder echter door de kostbare bijdrage, die P. HUF aan mijn handboek heeft willen toevoegen in zijn — wel wat bescheiden betiteld — „EEN WOORD OVER LITURGIE-LITERATUUR", een

vra

Sluiten