is toegevoegd aan uw favorieten.

Handboek der liturgie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wordt. Zij heeft zulks toegestaan, omdat de donkergele kleur der was een uiting is harer droefheid bij genoemde liturgische plechtigheden.

Op Maria-Lichtmis (2 Febr.) heeft de plechtige kaarsenwijding plaats, waarover meer bij de behandeling van het kerkelijk jaar. Overigens is de wijding der kaarsen, die in den loop van het jaar gebruikt worden, niet verplichtend doch gewenscht. In de was hebben reeds de oudste Kerkvaders zoowel als geestelijke schrijvers een symbool gezien van Christus' heilige Menschheid, gevormd in den reinen schoot van Maria. Aanleiding hiertoe is, dat de z.g.n. werkbijen en ook die, welke in de korven de wassen celletjes bouwen, geslachtloos zijn1). Deze lichamelijke toestand in verband gebracht met de door haar vervaardigde zuivere was, deed als van zelf denken aan Christus en zijn H. Moeder.

Volgens anderen is de kaars, die zichzelve verteert, een beeld van Christus' lijden. Gelijk de brandende pit de was verteert, zoo heeft de gehoorzaamheid van Christus' ziel (voorgesteld door de pit) zijn lichaam (de was) in de opoffering ervan als verteerd door het vuur van zijn goddelijke natuur (het kaarslicht zelf). Tevens wordt door de brandende kaars de godheid van Christus en zijn Messias-schap afgebeeld. Als God is Hij het lumen de lumine, het licht van het licht; als Verlosser is Hij het licht, dat op de wereld kwam om in de duisternissen te schijnen 2), door zijn warmte onze door de zonde en Gods vervloeking ijskoude aarde te verwarmen en ons door het licht van zijn Evangelie den weg naar. den hemel te toonen, waar Hij als het geslachtofferde Lam de luchter is van het hemelsch Jerusalem 3). Eindelijk wijst het kaarslicht op de Apostelen en evangelische arbeiders, die door Christus het licht der wereld genoemd worden 4); op de Christenen, wier licht moet schitteren voor de menschen 5); op het rijk van Gods genade, waartoe wij, die in de duisternis waren geroepen zijn 6).

1) Volgens de oude meening gold dit van alle bijen.

2) Joan.. VIII, 12; I, 5.

3) Apoc, XXI, 23.

4) Matth.. V, 14.

5) Matth., V, 16.

6) Petr., II, 9.

Stoffelijke voorwerpen in de Liturgie — Het Licht in de Liturgie. 75