is toegevoegd aan uw favorieten.

Handboek der liturgie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daaraan was voorafgegaan. Aldus de brieven van den H. Ambrosius.

In de 6C eeuw maakte men voor den wijdingsritus het volgende onderscheid, zooals blijkt uit een schrijven van Paus V i g i 1 i u s (537—555) aan Bisschop Profuturus van Braga: Was de kerk (vóór zij verwoest werd) in het bezit van Reliquieën, dan was een plechtige overbrenging van Relieken alsmede het 'Weren der H. Geheimen noodzakelijk; had zij geen Reliquieën, dan was het enkel opdragen der H. Mis als wijdingsact voldoende en kon men hieraan toevoegen het met wijwater besproeien van het kerkgebouw. De tot hiertoe vermelde plechtigheden : nachtwake bij- en overbrenging van de H. Reliquieën, de bijzetting ervan, de besproeiing van het gebouw met wijwater alsook de ri. Mis, bleven steeds een onderdeel van den ritus der kerkwijding uitmaken. Langzamerhand ging ■— gelijk uit de Ordines blijkt — de wijding van steeds luistervoller plechtigheden vergezeld, totdat zij zich tegen het einde der 8e of in het begin der 9e eeuw tot haar tegenwoordigen vorm ontwikkelde.

Een Kerkwijding heeft drie groote onderdeden: de wijding van het gebouw •— de overbrenging en plaatsing der H. Reliquieën — de wijding van het altaar en de H. Mis. Alvorens deze onderdeden in bijzonderheden te behandelen, moeten wij eenige algemeene bemerkingen doen voorafgaan.

Zonder bisschoppelijke goedkeuring mag geen kerk worden opgericht; de Bisschop zorge er voor, dat de nieuwe kerk over voldoende middelen beschikt tot onderhoud der bedienende geestelijken en dat zij niet gebouwd worde te dicht bij een reeds bestaande kerk, waardoor deze in haar werkzaamheden zou belemmerd worden. De kerk moet uit steen worden opgetrokken; is zij uit hout, dan mag zij slechts gezegend worden l). Het optrekken eener kerk uit gewapend beton is geoorloofd, mits de deurposten van den hoofdingang, alsmede de plaatsen, waar later de twaalf kruisen op den muur worden aangebracht, uit steen zijn 2). Zooveel mogelijk lette men bij het bouwen op de H. Linie, d. i. een gedachte lijn, die de

1) Deer. Auth. S.R.C., 11 April 1902, n° 4094.

2) Ibid., 12 November 1909, n°. 4240.

Het Kerkgebouw — Wijding. 99