is toegevoegd aan uw favorieten.

Gedenkboek uitgegeven door den Nederlandschen Aannemersbond ter herdenking van zijn vijf en twintig-jarig bestaan

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

behoeft — voltrekken, kan een ieder waarnemen in den misvormden uitleg met name van de grootere steden, in het latere gedeelte van de tweede helft der 19e eeuw tot stand gekomen.

Boven vonden we reeds gelegenheid er op te wijzen, hoe in dien tijd, door de plotselinge vlucht welke handel en industrie namen, de felste groei der steden valt waar te nemen.

Ongelukkigerwijze was het tevens de tijd welke een tijdperk van geestelijke doodsheid en slapheid afsloot, waarin alle begrip omtrent bouwfams* totaal afgestompt was. Al begon het hier en daar te schemeren, toch lagen nog de zware nevels van ingezonkenheid, van gebrek aan kennis en van gebondenheid aan de verouderde economische begrippen der liberale school, welke het laisser faire, laisser passer als een evangelie onder de menschen had gepredikt, over de wijde velden van het volksleven, zoodat de groote vraagstukken van de naaste toekomst niet gezien werden. Meer dan een eeuw lang was ten onzent de studie van het vraagstuk van den stedenbouw, dat van zoo'n gewichtige beteekenis is voor de volkshuisvesting, verwaarloosd. Is het daarom eigenlijk niet zeer natuurlijk, dat de omstandigheden Overheid en Volk verrasten en het gehalte van' de stedenuitbreiding van die dagen recht evenredig moest Zijn aan dat gebrek aan kennis en inzicht?

Ieder onzer zijn ze van eigen aanschouwen bekend, de troostelooze, wansmakelijke buurten en wijken, in den buitenomtrek van vele onzer mooiste steden, als evenzooveel gedrochteüjke, wanstaltige samengroeisels van steen en kalk, zonder eenige schoonheid of zoekend warm leven.

Weggedoken, gedrukt door zooveel geestelijke armoede, sluipt de mensch, als huisden er nog de misvormde geesten die ze ontijdig in het leven riepen, tusschen de verwrongen bouwsels door.

Slechts één voordeel heeft dit kunst- en hersenlooze uitleggen onzer steden gehad, n.1. dat er een snel groeiende reactie intrad, welke van de Overheid leidend en regelend optreden eischte en ten slotte haar sanctie ontving in de tot standkoming der Woningwet.

En één der grootste lichtzijden dezer ook overigens zegenrijke wet is het geweest, dat zij allengs en allerwegen ook in ons land de belangstelling voor het stedenbouwvraagstuk heeft wakker geroepen en onder haar invloed is het dan ook in hoofdzaak, dat wij in de laatste 20 jaar een steeds duidelijker en scherper op den voorgrond tredende actie voor goeden en schoonen uitleg onzer steden waarnemen. Het zou ons te ver voeren meer dan oppervlakkig op dit vraagstuk in te gaan. Liever bepalen wij ons hier tot de meer zakelijke tendenzen waarmede de woningwetbepalingen, omtrent de verplichte vaststelling van uitbreidingsplannen in de volkshuishouding optreden, doch merken nog in het voorbijgaan op, dat het ook hier alweer geen opgave van den laatsten tijd betreft. Tot in de oudste tijden toe, om van de als goud schitterende middeleeuwen niet te spreken, hooren we van Overheidsbemoeiingen met stedenmtbrddingen. „Van ouden tijd tot in onze eigen

64