is toegevoegd aan uw favorieten.

Het strafrecht in Nederlandsch-Indië, zooals dat hier te lande geldt sedert de invoering van het nieuwe Strafwetboek op 1 Januari 1918

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 81 —

'door het voorschrift van de wet. Al naar gelang het strafbare feit het eene of andere karakter droeg, behoorde het als misdrijf of als overtreding aangemerkt te worden. *)

De tweeledige verdeeling in misdrijven en overtredingen is van groote practische beteekenis, zoowel voor het formeele (absolute competentie) als voor het materieele recht; ze is de grondslag geworden voor de indeeling van het wetboek en het geheele strafrechtelijke systeem. Gewezen wordt hier op de volgende punten:

Sj& lo poging en medeplichtigheid zijn bij overtreding niet strafbaar (artt. 9$, 56 en 60);

2o geen onderscheid wordt bij overtreding gemaakt tusschen de beide schuldvormen, opzet en schuld;

3o een wettelijk vermoeden van daderschap ten

*) Terecht heeft deze opvatting bij velen bestrijding gevonden. Het moge waar zijn, dat er menschelijke gedragingen zijn, die het algemeen rechtsbewustzijn onafhankelijk van de uitspraak des wetgevers strafwaardig oordeelt, ook d i e feiten zijn eerst strafbaar, omdat ze bij de wet onder straf gesteld zijn. In dien zin zijn dus feitelijk alle strafbare feiten wetsdelicten. Maar aan den anderen kant — en daarop komt het vooral aan — niet de uitspraak der wet maakt eenige handeling strafwaardig, maar altijd en ook bij overtredingen vindt de strafbaarstelling tenslotte haar rechtsgrondslag in de strafwaardigheid der handeling, in het materieele onrecht dus, dat ze inhoudt. /

Bij de hier behandelde onderscheiding der strafbare feiten moet met het oog op het Indische strafwetboek worden opgemerkt, dat daarbij de zeden en opvattingen van den Westerling als richtsnoer hebben gediend. Zoo is bijv. dierenmishandeling, welke vroeger een overtreding, dus wetsdelict, Was, misdrijf, rechtsdelict géwordén. Hetzelfde is het geval- met lichte mishandeling, lichten diefstal, lichte oplichting enz.

De leer der rechts- en wetsdelicten steunt op de onderstelling, dat bij ieder normaal ontwikkeld mensch in de beschaafde maatschappij diens zedelijke bewustzijn hem in staat stelt te onderscheiden handelingen, die strafbair zijn uit haar aard en die welke dat alleen zijn door uitdrukkelijke wetsbepaling.

Het kan moeielijk ontkend worden, dat deze onderstelling van den strafwetgever t. a. v. de Inheemsche bevolking in geenen deele opgaat. Ook bij de Inlanders bestaat er inderdaad wel eenig begrip omtrent het strafwaardige van zekere handelingen, maar dat bewustzijn is dikwijls weinig ontwikkeld, in andere gevallen bestaat het in het geheel niet, terwijl de Inlander tenslotte de strafbaarheid van weer andere handelingen anders opvat dan de Westerling. •