is toegevoegd aan uw favorieten.

Beschouwingen over den woningnood

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

polie en de stedelijke grondrente bevat een derden factor, en lang niet de minste: de speculatieve monopolierente.

Waar de naïeve Ricardiaan aan den rand van de stad lage huizen en een ruime bebouwing zou verwachten, ziet hij massale gebouwen met kale muren als burchten uit het vlakke veld oprijzen, hier en daar één blok, afgewisseld door stukken bouwterrein, die door de eigenaars nog wat bewaard worden om een hoogeren prijs te kunnen bedingen'). En de grond is aan den rand van de bebouwing zoo duur, dat daar niet anders dan huizen van de maximaal toegelaten hoogte gebouwd kunnen worden.

Deze prijsopdrijving is het werk der grondspeculatie. Deze kan niet met succes optreden in het centrum van een stad, waar slechts af en toe door afbraak een stuk bouwterrein beschikbaar komt, dat ook zoo spoedig mogelijk weer bebouwd wordt. Maar de speculatie heeft noodig groote stukken land, die onveranderd verkocht en nog eens verkocht kunnen worden met veel winst. Het kenmerk van speculatie is juist, dat zij den grond telkens en telkens weer geheel onnoodig verkoopt en dat de winst daarbij grooter is dan de normale belooning van een tusschenhandelaar.

Het bouwterrein in het stedelijk uitbreidingsgebied is geheel in handen der speculatie, van het oogenblik af, dat er sprake van is, dat de grond in de toekomst wel eens bebouwd zou kunnen worden, tot het oogenblik, dat de huizen bewoond zijn. „Die Bodenparzellierung ist Sache der Spekulation. Die Bauweise, die Hausform und die Wohnungsproduktion werden durch die Spekulation bestimmt. In ihrer Hand stehen Grundeigentum und Hausbesitz." 2) De speculatie beheerscht geheel de stadsuitbreiding en de particuliere woningvoorziening.

Die speculatie is niet iets, dat nu eenmaal in de moderne maatschappij niet gemist kan worden, geen „notwendiges Zubehör der neuzeitlichen Wirtschaftsweise", geen „unselbstandige Begleiterscheinung der neueren Wirtschaft", niet iets bijkomstigs; maar wel degelijk „eine selbstandige Unternehmungsform mit eigenen Zielen und eigenen Mitteln", een afzonderlijk bedrijf. En — dit

') Eberstadt noemt zulke open stukken tusschen de bebouwing „Lücken" en de moderne stadsuitbreiding „Lückenbau". In de 17e eeuw noemde men ze „wüste Stellen", waaruit Voigt concludeert, dat men de aanwezigheid van ongebruikt bouwterrein in de stad onbehoorlijk vond. (Grundrente in Berlin, blz. 35). Van den bouw van étagehuizen midden in het weiland, dus bij overvloed van bouwterrein geeft de titelplaat een sprekend voorbeeld.

*) Eberstadt. Die Spekulation im neuzeitlichen Stadtebau, blz. 1.

81

6