is toegevoegd aan uw favorieten.

Beschouwingen over den woningnood

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

woningen wordt grooter, vooral naar arbeiderswoningen. Dus er moet gebouwd worden.

Dan is het oogenblik gekomen, dat vereenigingen van belanghebbenden — met een Rijksvoorschot tegen lage rente ■— beginnen te bouwen, eerst arbeiderswoningen, dan ook middenstandswoningen. Dan gaat het weer een tijdlang goed, maar de grondrente blijft actief. Het wordt steeds moeilijker de exploitatierekening sluitend te maken. Zijn er geen vereenigingen, dan zal in den regel de gemeente zelf gaan bouwen, eveneens met Rijksvoorschot.

Weldra zal het voor gemeenten of vereenigingen niet meer mogelijk zijn voor de minst betaalde arbeiders nog woningen te bouwen, die zij kunnen betalen. Er moet toch gezorgd worden, dat ook deze menschen behoorlijk gehuisvest zijn en dus is de tijd gekomen, dat de exploitatierekening van dergelijke woningen sluitend gemaakt wordt, doordat het tekort uit 's Rijks kas wordt bijgepast In dit stadium, namelijk dat het Rijk voor den bouw van woningen voor de minstbetaalde arbeiders een jaarlijksche bijdrage geeft, waren wij vóór den oorlog reeds aangekomen. En ook dit zal nog niet het laatste stadium zijn.

Langzamerhand stijgen de grondprijzen zoo, dat de bouw van alle arbeiderswoningen zonder Rijksbijdrage onmogelijk wordt. En er is geen enkele reden, waarom dit verschijnsel bij de arbeiderswoningen zou halthouden en niet ook doorwerken tot de duurdere woningen. Ten slotte zal er een tijd komen, dat — behalve voor de duurste heerenhuizen — het Rijk voor den bouw van alle woningen een jaarlijksche bijdrage moet verleenen. En een bijdrage, die voor elk volgend bouwblok grooter is. Want de ontwikkeling van de grondprijzen gaat door, en alles, het inkomen van den bewoner, de winst van den bouwer en alles wat Rijk en Gemeente aan den woningbouw ten koste leggen, wordt door de grondrente opgeslokt.

Wie meenen mocht, dat men door krachtige hulp van het Rijk, aanmoediging van den bouw, royale voorschotverleening, lange termijnen van aflossing, hooge bijdragen in de exploitatierekening, het woningvraagstuk zou kunnen oplossen, is ongetwijfeld op een dwaalweg. Al die voordeelen worden door de stijgende grondrente gecompenseerd en alles wat het Rijk aan de woningvoorziening ten koste legt, komt ten goede aan de grondeigenaars. Met het tegenwoordige systeem komen wij steeds dieper in het moeras. En als niet allereerst het grondvraagstuk geregeld wordt, is het zeker, dat ons volk nooit meer goed gehuisvest zal zijn. „Beperking van het grondgebruik

107