Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

474 HET LAND VAN ZARATHUSTRA

wers, en de verbeelding der Indische Ariërs. En het zou blijken dat zij in niets de minderen zijn; misschien in aanschouwelijkheid nog wel de meerderen. Het tamme geleuter over het felle woestijnvolk, de nuchterheid van hun intellect, over hun opdringerige blufferigheid, het is alles in het algemeen genomen één diepe, verachtelijke leugen. Dit zijn algemeen-menschehjke eigenschappen die bij alle rassen en bij alle volkeren voorkomen, en speciaal hun toegeschreven, een tragisch gebrek aan kennis van den Hebreeuwscben geest en van zijn meest innerlijke diepte aantoonen. Wanneer met smadelijke woede en in krenkende haat zucht door „Indo-Germaansche intellecten" verklaard wordt (zie het jammerlijke psychologische geknoei van dr. van Ginneken in zijn Handb. der Ned. taal, waar hij met een luidruchtige waanwijsheid over de Joden schrijft), dat een Israëliet bij al zijn handelingen vaak alleen rekening houdt met doel, oogmerk en resultaat, dan is de goddelijke zelfverlorenheid van zoovele oude en moderne, groote Hebreeuwers er, om te bewijzen hoe roekeloos hun overgave was aan het leven en aan het ideaal dat zij wilden bereiken. Overal waar het grootmenschehjke het volst en het rijkst optreedt, daar zijn de Hebreeuwsche ziel en de Hebreeuwsche geest vertegenwoordigd, en in geestelijk godsgevoel staat dit volk aan de spits. Prof. Elhorst verklaart in zijn uitmuntende rede: Israël in het licht der jongste onderzoekingen: „De zedelijke ontroering kent bij de propheten geen grenzen. Al begint zij met Israël, zij eischt straks de gansche wereld voor den Heilige op." De Hebreeuwers beeldhouwden niet, hoor ik roepen door Christiaan Lassen-napraters en toejuichers van Renan's soms jezüietische oordeelsdraayerijen. Neen, zij deden het in hun taal, met evenveel grootschheid als Phidias en Praxiteles in marmer. Zij gaven geen wetenschap en geen vak-wijsbegeerte. Neen, maar ze schonken het boek van den Prediker, de uiting van een wijsheids-genie, waarin alle soorten van professorale wijsgeerigheden vervat zijn, die gistende denkstof opleverden voor eenige Schopenhauers. Zeer merkwaardig zou het zijn om

Sluiten