Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BOEK DER TOELICHTINGEN 475

vergelijkend te doen uitkomen, hoe b. v. de Esseërs in soberheid, zelfverloochening, in communistisch levensbeginsel en in ascetisch-mystisch levensgevoel zeer ver uitstonden boven alle monniken der oude waereld; boven de antropomorphische natuurmystiek ook der oude Ariërs-eremieten. Zie het belangwekkende geschrift van B. Tideman, Het Essenisme, en een belangwekkende studie hierover, van J. M. Vorstman, T. T. 1869, p. 585—601. Flavius Josephus geeft van de orde der Palaestijnsche Esseërs (zie J. Oudh. XIII: 5, § 9) een fatalisme-karakteristiek, die het innerlijk van hun wezen en streven verkeerd belicht. Beter komt hun ontzachlijke bet eekenis uit in J. Oudh. XVIII: I, § 5, waarin F. J. verklaart waarom zij geen offers naar den tempel brengen en waarin hij hoogelijk hun karakter roemt; waarin ook blijkt hoever zij boven Grieken, Romeinen en Barbaren innerhjk, met hun godsbegrip, hun gemeenschapszin verheven zijn. Josephus' vergelijking met de Polisten onder de Dacers, is merkwaardig onjuist. Vgl. ook de beschouwing van Kuenen, in het tweede deel van Godsd. van Isr., over de Pythagoreïsche couleur en van sommige Esseërs-gebruiken. Hieruit blijkt, dat ook Kuenen hun mystieken gemeenschapszin niet in alle diepte heeft gepeild. Over Kautsky's negatie van den „ideologischen bovenbouw", welke op den grondslag der Esseensche gemeenschappelijkheid steunde en waarmee „die Historiker in der Regel am meisten beschaftigt" zijn (Der Ursprung des Christentums, p. 330), schrijf ik in dit verband liever geen woord. Ze is quasi-hooghartig, doch even burgerlijk als... de romanwrochtselen van zijn vrouw dit zijn. Zie ook Kautsky's opvatring van het oudste Christendom aan de bronnen getoetst, door dr. G. A. van den Bergh van Eysinga, p. 24. Vgl. nog p. 50 in A. Harnack, Das Wesen des Christentums, hoofdst.: Das Evangelium und die Welt, oder die Frage der Askese. In dit „Boek der Toehchtingen" kan ik onmogelijk met allerhande materiaal bewijzen, de dikwijls ontstellende en ontzettende pracht der oude propheten en der oude Hebreeuwsche dichters. Ik zou bijna willen schrijven, dat men van hun ras

Sluiten