Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8

heid voor ons, om niet een klein brokske Holland maar om het geheele land, alle provinciën, met de geheele weerbare Nederlandsche kracht, met hand en tand tegen elke schending te verdedigen en de waan weg te blazen, dat hiervoor volstaan zou kunnen worden met het handjevol, dat nu ons leger heet en dat men denkt dan te kunnen laten ageeren ter beveiliging van een brokske Brabant, een hoekje Holland of een puntje

Limburg, terwijl héél Groningen, héél Friesland, héél (vul in

naar verkiezing) eenvoudig aan hun lot worden overgelaten.

Een 200.000 man zitten in enkele hoekjes van ons land bijeen als weermacht en minstens 600.000 loopen er rond, die, als

ook ons uur slaat, niets mogen, niets kunnen doen dan

protesteeren ? .. . . vergaderen ?

Dit is een grievende, onwaardige toestand. ,..,^at onzen voorouders op het gebied van legervorming mogelijk is geweest, wat hen gered heeft, telkens als zij door de machtigste staten der wereld werden aangevallen, is ook ons mogelijk.

Wij beschikken bovendien over meerdere voorbeelden uit de geschiedenis, die de mogelijkheid aantoonen, om, terwijl bet leger niet slechts op voet van oorlog is, maar het land zelfs in een staat van militaire uitputting verkeert, onmiddellijk bruikbare reserves te vormen. Na het ineenstorten van Pruisen in 1806, na de ramp van Jena, mocht dit koninkrijk op bevel van Napoleon niet meer dan 40.000 man onder de wapenen hebben. Dit schijnbaar vernietigend artikel van het verdrag van Tilsitt werd de bron van Pruisen's militaire kracht in 1813. Scharnhorst en S t e i n wisten dat handjevol, onder het oog van den overweldiger, tot de militaire oefenschool voor het Gewapende Vojk te maken! Door dat groepje van 40.000 passeerden in 7 jaar schier ongemerkt lichtingsgewijze nagenoeg alle weerbare mannen en toen konmg Frederik Wilhelm den 17n Maart 1813 zijn volk te wapen riep, konden de Pruissen van eiken stand en leeftijd aan de roepstem van hunnen koning gehoor geven en een geoefend leger van 100.000 man, gesteund door veel talrijker landweer, op de been brengen.

Napoleon greep op zijn beurt naar een soortgelijk middel, toen Frankrijk gevaar begon te loopen. Op 11 januari 1813 zijn 300.000 man Nationale Garde bij het leger ingedeeld. Op 3 April volgen nog 80.000 man Nationale Garde en 10.000 Gardes T?€kÏ °P 9 °ctober weer een lichting van 280,000 man, op 15 November een van 300.000 man. Toen Frankrijk dus met nagenoeg de geheele wereld in oorlog en door de voorgaande veldtochten en vooral door de nederlagen sedert 1812, uitgeput scheen, tenminste aan soldaten en middelen om dezen te velde te brengen, werden nog 936.500 man aangewezen. Door het vlug verloop van den veldtocht en de uitputting van het Fransche volk is hiervan slechts een derde georganiseerd en ingedeeld kunnen worden. Sommige van die troepen kwamen zelfs na

Sluiten